Wat in eerste instantie een enorm direct begin lijkt, blijkt tegelijk een rustige opmaat naar een no-nonsense openingsnummer van The Kevin Costners; ‘Laid Me Loved Me’. Een catchy liedje, niet zozeer meezingbaar als wel na een luisterbeurt herkenbaar. Live klinkt dit flink lekker, op het album is het juiste gevoel mee opgenomen. Datzelfde geldt voor ‘Too Hard Won’, waarop de stem van zanger Bouke Zoete iets meer naar voren komt en een aanstekelijk melodietje de zomer in het hoofd brengt.
Het is duidelijk dat ‘Come On In’, het debuut van The Kevin Costners verschenen op Excelsior, de juiste titel mee heeft gekregen. In een krappe zeven minuten is de ruimte in je hoofd voor andere muziek verkleind naar miniscuul; The Kevin Costners zijn ongevraagd binnengedrongen en blijken nog welkom ook.
Na een rustiger moment in ‘Maybe’, komt de eerste single van de band uit de regio Nijmegen langs: ‘Lack Of Sun’. Geen begin dat er in hakt, maar zodra het refrein in de buurt komt, wordt de singlekeuze duidelijk. Vrolijk mee-‘papapa’-ën doen natuurlijk veel mensen graag zodra de zon schijnt.
De hand van de min of meer vaste Excelsior-producer – hoewel steeds meer bands uit de stal ook buiten de studio in Weesp hun heil zoeken; zie bijvoorbeeld GEM, Solo en Do-The-Undo – Frans Hagenaars is op ‘Come On In’ merkbaar. Scherpe randjes zijn er vakkundig afgeschaafd, wat er tegelijk wel voor zorgt dat het ouderwets fijn klinkt in de woonkamer. Toch hadden de scherpere randjes ook best echt pijn mogen doen. Van een goede schaafwond is nog nooit iemand slechter geworden.
Het leuke aan The Kevin Costners is dat het altijd melodieus is, eenvoudig maar niet vaak voor de hand liggend en dat ze zowel de kalme momenten als de rockende lijken te beheersen. En dat dit ook op het debuutalbum zo goed te horen is. Een mooi voorbeeld daarvan is ‘Election Eve’, dat begint met slechts een gitaar en zang, maar in de tweede helft licht gaat freaken; een repeterend melodietje met daaromheen zoveel spanning dat het wachten is op de echte vulkaanuitbarsting. Wellicht evenzo typerend is het feit dat die uitbarsting dan toch niet komt en het langzaam weer rustig wordt. De lava blijft binnenshuis.
Titelsong ‘Come On In’ komt pas in de tweede helft van het album, maar was bij uitstek geschikt geweest als openingsnummer. Al was het dan een inleidend begin geweest in plaats van de directe start die het album nu heeft, wat ook prima werkt. Nu is ‘Come On In’ meer een soort tussenpauze, die overigens weer up-tempo wordt opgevolgd door ‘No Steve Vai’.
Om dan op de valreep nog even een kleine vergelijking te maken; ‘Sad Replacement’ had ook geschreven kunnen zijn door die andere – ter ziele – Excelsior-band; Daryll-Ann. Met de stem van Jelle Paulusma of Anne Soldaat was het waarschijnlijk wat slepender geworden. Was ongetwijfeld mooi geweest, maar ook in de eigen versie van The Kevin Costners mag het liedje er zeker zijn. Net als het album, dat na twaalf nummers en ruim een uur tijd, afsluit met ‘The Lights’. Die lichten gaan hier nu uit, maar zodra ze weer aan gaan, is het helemaal niet vervelend als op de achtergrond The Kevin Costners vast aanstaat.
aantal tracks: 12 speelduur: 61:06 minuten
Op de MySpace van The Kevin Costners is een deel van het album te beluisteren.
Festival aan de Werf is alweer een week aan de gang; dat betekent een week lang van alles te zien op de Neude. Een week lang veel van dezelfde mensen tegenkomen op het plein of aan de bar, maar bovenal veel - en soms zeer fijne - muziek. Zo ook op de maandagavond met optredens van Shane Shu en Lucky Fonz III. Een groep popfotografiecursisten gingen eropaf en leverde enkele mooie plaatjes aan 3VOOR12/Utrecht.
Hoe maak je een goed belichte foto van een muziekoptreden? Waar moet je op letten tijdens het fotograferen van een concert? Hoe kun je je camera het beste instellen? Welke apparatuur kun je het beste gebruiken?
Allemaal vragen waarop oud-3VOOR12/Utrecht fotografie-coordinator Anna van Kooij antwoord geeft aan de cursisten van haar workshop Popfotografie bij het Parnassos Cultuurcentrum. Opdracht voor de cursisten: Festival aan de Werf, de maandagavond om precies te zijn. Een Amsterdams avondje met Shane Shu en Lucky Fonz III.
Hieronder een selectie van de foto’s die de cursisten maandagavond wisten te schieten.
Shane Shu & Lucky Fonz III
Gezien: Neude, maandag 26 mei 2008
Erny Green (Ernst Grevink) is zo’n typische sympathieke oude rot die nog muziek maakt simpelweg omdat dat hetgene is dat hij het liefste doet en beste kan. Niet om geld mee te verdienen, maar omdat hij het leuk vindt. Die oprechte en pure instelling is niet alleen terug te vinden in de tour met de tijdelijke Joy Division tributeband Closer To Curtis, maar ook terug te horen op ‘Heartland Revisited’, de cd die eerder dit jaar al het licht zag. De voormalige Polgate-zanger sleept mee in dertien sfeervolle, slepende, maar ook wat opwekkendere liedjes uit de afgelopen vijftien jaar, vergezeld door zijn typerende donkere stem.
Dat Green, die ooit begon als straatmuzikant, al langere tijd meedraait als liedjesschrijver en zanger, is bekend, maar is ook merkbaar terug te horen aan het gemak waarmee hij de liedjes voorgeschotelt. Live, maar nu ook op het schijfje. Het is een vrij naakte plaat; af en toe komt er wel achtergrondzang bij, of strijkers, maar de stem van Green blijft op elk moment in het middelpunt.
De teksten brengt hij enigszins vergelijkbaar met de manier waarop Bob Dylan zo nu en dan nog wel eens een verhaaltje wil vertellen in een wat rustiger liedje. De schrijfsels gaan zoals het een overzichtswerk betaamt over uiteenlopende zaken; van liefde(-sverdriet) tot en met drank. Zinnen als ‘I drink myself to sleep’ (‘Falling Free’) en ‘Let me have my liquor when I party in the rain’ (‘Section 29’) komen voorbij alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Waar het bij veel jonge bandjes als stoerdoenerij afgedaan zou kunnen worden, geloof je het van Green met een straatartiestverleden in Europa, Midden-Amerika en de Verenigde Staten onmiddellijk.
De manier van zingen is een gemoedelijke wijze, geen rare haken of ogen. Gelukkig, want dat zou slechts afleiden van de liedjes die stuk voor stuk goed in het gehoor liggen. Daarentegen zou iets meer afwisseling van geluid de aandacht nog beter vast hebben kunnen houden. Het geluid klinkt zo nu dan nog wat vlak.
Daarnaast zijn er kleine dingetjes, zoals het geluid aan het einde van het oh zo fijne ‘On the Beach’, dat rustig uit lijkt te faden, maar dan toch opeens weg is. Bedoeld of niet, het doet slordig aan. Net als overigens de tikfout in het websiteadres achterop de albumhoes. Het feit dat dit soort details aangestipt worden als minpunten, geeft al aan dat er op de muziek zelf niet veel aan te merken valt.
De liedjes op ‘Heartland Revisited’ zijn voldoende afwisselend. Green had dan ook genoeg te kiezen uit materiaal van de afgelopen vijftien jaar. De zanger kan zowel uit de weg met uptempo liedjes als ‘Welcome to the Goldmine’, ‘What Have You Got in Return’ en ‘The Well’ (dat sterk doet denken aan mede-Utrechters This Leo Sunrise, of waarschijnlijker: andersom) als rustigere werken als ‘Silverlake ‘91’, ‘Cindy (Mr. Neel’s Dance)’ en afsluiter ‘Big Boy Cry’ als het luchtige ‘On the Beach’ dat qua tempo er ongeveer tussenin hangt.
Al met al mag Erny Green en daarmee Utrecht trots zijn op een fraaie verzameling fijne, intrigerende liedjes. Hij zingt zelf: “I’m too old for rock ’n roll, I’m ready for the blues’. Kom maar op met die blues dan, dat hij het kan, bewijst ‘Heartland Revisited’.
Op 15 mei was het de tiende verjaardag van VPRO’s 3VOOR12. In de Tivoli werd door 3VOOR12/Utrecht een feest gegeven met een Blue Grass Boogiemen revu met de Gasoline Brothers, Marike Jager, Jerry Goossens, Michiel Flamman (Solo), Joris Linssen (Ome Cor) en C-Mon & Kypski. Matthijs van der Ven liep backstage en op het podium rond met een camera en maakte een tweedelige videoreportage.
15 mei stond in het teken van 10 JAAR 3VOOR12. Maar ook Loney, Dear stond op het avondprogramma van Tivoli. De vraag een liedje te spelen aan de gracht, hoefde zanger Emil Svanängen ’s middags niet eens helemaal uit te horen, de gitaar was er zo bijgepakt en de sessie kon meteen beginnen. Het werden twee liedjes. Bekijk nu de video van de ‘grachtsessie’ met Loney, Dear.
Een familieband, daar zijn er over het algemeen niet heel veel echt succesvol van geworden. Natuurlijk zijn er enkele voorbeelden, The Jackson Five, The Corrs, The Kelly Family en – kortstondig – Hanson. Uit Gelderland kwam twee jaar geleden opeens Good Things End opgedoken. De vroege succesjes bestonden uit een opname in de TMF-Kweekvijfer, een superclip op dezelfde televisiezender en de benoeming tot Serious Talent bij 3FM. Beide staan overigens trots vermeld op de achterkant van de debuuthoes van ‘Out Of Nowhere’.
Het album is niet haastig opgenomen; er is – verstandig – de tijd voor genomen. In de tussentijd heeft de band, die ooit begon als coverband van de drie broers, in eigen land podiumervaring opgedaan. Rocksongs met een poppy randje, geschikt voor het grote publiek, beweert de band te maken op haar debuut. Vandaar wellicht de ballad op nummer vier van het album. De eerste drie liedjes voldoen aan de omschrijving en aan de verwachting; niet vernieuwend, maar wel solide en goed ingespeeld. De ballad, ‘Lonely’, is echter een nietszeggend en op z’n zachts gezegd eentonig werkje. Alsof er is gedacht: “oh we moeten er ook een ballad op zetten, hoe worden die ook alweer gemaakt” en er vervolgens in de bibliotheek een reeds afgeschreven instructieboekje is opengeslagen. Tekstueel een niemandalletje en muzikaal slaapverwekkend.
‘I Know’, het nummer waarmee eerder al TMF en 3FM bereikt werden, is meer in de richting van het geluid, waarin de band beter uit de verf komt. Stoere, maar toch weer niet zo, gitaarpartijtjes en een herkenbaar stemgeluid dat melodieuze en meezingbare melodielijnen volgt. Het verzacht de zure nasmaak van de voorganger enigszins. Die nasmaak komt de daaropvolgende nummers gelukkig ook niet direct terug.
De sinds ‘Lonely’ lichtelijk gevreesde rust komt wel weer om de hoek kijken bij ‘Still Believe’, een pianoballade waarop het echter de stem van zangeres Colette is, die het lied fier overeind houdt. Hier zit wel spanning in, in tegenstelling tot de eerdere poging. Het is daarentegen ook dit moment dat doet beseffen dat er uit de zangeres meer zou kunnen komen, dan wat op ‘Out Of Nowhere’ tentoongesteld wordt. Het is niet de meest spannende hoek waarin de band zich positioneert, mede dankzij de weinig hoogstaande of bijzondere gitaararrangementen. Een stem die zich wellicht prima zou lenen voor meer experimentelere dingen, laat zich – uit familieliefde, of gewoon muzikale voorkeur – wel in een heel nauw vat proppen.
Of in dat kleine vat een groot succes te boeken valt, is niet te zeggen. Commercieel misschien, qua spanning of ontwikkeling zal de band haar naam onvermijdelijk een keer eer aan doen. Los van de teksten, die gebaat zijn bij iets meer abstractheid, zijn de arrangementen niet ontwikkeld, spannend of mooi genoeg om de oren echt te spitsen. Al doet de verborgen versie van ‘I Know’ aan het einde van het album nog wel een noemenswaardige poging.
aantal tracks: 11 speelduur: 46:24 minuten
Op de MySpace van Good Things End zijn vier liedjes van ‘Out Of Nowhere’ te beluisteren.
Opvallend of niet; vrijwel iedere muzikant moet worden uitgelegd dat ‘invloed’ niets met drugs of drank te maken heeft, maar met zijn of haar muzikale voorbeelden. Een openhartig kijkje in de muzikale opvoeding van de Utrechtse artiesten. In de 5e sessie van Onder Invloed kiest Most Unpleasant Men voor soulcovers.
Tijdens het opnemen van hun debuutplaat waren er moeilijkheden met een bepaald liedje, maar op het moment dat de band probeerde iets meer richting het geluid van D’Angelo te gaan, viel alles op z’n plek. Het was de eerste keer dat de Utrechters werden beinvloed door ‘zwarte muziek’. Toetsenist Jelte Heringa: “Mag je dat eigenlijk wel zeggen, want negerzoen mag ook niet.”
Soul is ook het enige dat alle bandleden van Most Unpleasant Men leuk vinden, de smaken lopen daarnaast ver uiteen, verklaart Heringa: “Anders had ik Ben Folds gekozen, maar die haten zij allemaal.” Het is geen muziek die de Utrechters zelf willen maken, vult zanger Joram Tornij aan: “Het staat vrij ver van ons af, dus we konden er heel veel mee doen. Wat moet je nu coveren? Iets dat je heel mooi vindt, dat is eigenlijk niet nodig want er is al een mooie versie. Of ga je iets coveren dat je lelijk vindt, maar dan wordt het ook niet mooi, dus dat slaat nergens op.” Dus koos Most Unpleasant Men voor liedjes die ver genoeg van ze af staan, maar die ze wel mooi vinden, om er zelf iets anders van te maken.
Hoewel hun eigen muziek vaker wordt vergeleken met Radiohead, Hanne Hukkelberg of Eels (”We hebben onze bandnaam gejat van Eels”), kozen de Utrechters dus voor soulcovers. Van Alicia Keys via Smokey Robinson naar Al Green.
Het werd de voetbalwedstrijd van het jaar genoemd. De getrainde maar nog altijd onervaren 3VOOR12/Utrecht-medewerkers tegenover een All Star team van Utrechtse Muzikanten. Het was met 28 graden stikheet, ontzettend gezellig en er werden nog mooie doelpunten gescoord ook. Muzikanten als Michiel Flamman, Simon Akkermans, Pax, Kyteman, Mr Love and The Stallions en The Girls ook eens op een kunstgrasveld zien hobbelen in plaats van op een podium? Bekijk dan nu snel de video.
FC3VOOR12/Utrecht - Utrechtse Muzikanten All Stars
Met: Michiel Flamman (Solo), Simon Akkermans (C-Mon & Kypski), The Girls, Mr Love and the Stallions, Attactic, Mike Mago, Kyteman, Pax, Ilco Slikker, perCeptie, e.a.
Gezien: zaterdag 10 mei, SV Kampon
Na drie maanden stage te hebben gelopen, was Matthijs van der Ven een jaar lang freelance cultuurredacteur bij AD/Rotterdams Dagblad.
De producties voor het AD kunt u vinden in dit deel van matthijsvanderven.nl
Wat een rare geluiden aan het begin van ‘Cables’, het derde album van Parkside. De band heeft vast en zeker zitten denken: “hoe grijpen we de aandacht vanaf het begin?”. Doe je dat door er meteen tegenaan te knallen, rustig te beginnen of iets anders, wat de luisteraar niet snel verwacht? Parkside kiest duidelijk voor het laatste en met succes. Als dan vervolgens de eerste regel tekst luidt: “People telling us to get a job, they don’t know shit”, dan is de eerste stap gezet.
De eerste stap naar een interessante veertig minuten muziek luisteren. Het is de eerste zin van ‘The Disintegration Service’, wat na iets meer dan anderhalve minuut enigszins uitbarst. Het blijkt een indrukwekkend intro voor het album, al is de viool misschien iets teveel van het dramatische. De verwachting na het openingsnummer is een interessante, tikje vreemde, band aan te treffen, iets wat in de volgende liedjes, ‘Xest’, ‘I.M.U.’ en ‘Recount’ meer dan uitkomt.
Een band die weet hoe de spanning bij de luisteraar opgebouwd moet worden. Over het album als geheel, maar ook binnen een nummer. De rustige momenten gaan vaak gepaard met al dan niet duistere geluiden op de achtergrond, het lijkt een ingehouden woede, die elk moment met vernietigende kracht over je uitgestort kan worden. Je blijft op je hoede als luisteraar. Denkt aan je verdediging. Let op elke stap, ieder geluidje, elke noot. De aandacht is dus honderd procent bij de muziek. Missie geslaagd.
De nummers in het midden van ‘Cables’ lijken iets luchtiger dan het begin. De spanning is nog wel aanwezig, maar beduidend minder dan eerder. Op deze momenten valt juist het fijne stemgeluid van zanger René de Wilde op. Of de subtiele baslijnen, van bassist Dirk Schreuders, die door andere activiteiten na het opnemen van dit album is gestopt bij Parkside, dat besloot als trio door te gaan.
Dat de band weet wanneer het los moet gaan en wanneer juist niet, blijkt eens te meer tijdens ‘Angel In The Afternoon’, waar een uitbraak op de loer ligt, maar het mooi klein is gehouden. ‘Stay Connected’ is al weer meer up-tempo, maar het echte gevaar dat in het begin van ‘Cables’ zo aanwezig is, komt weer terug tijdens ‘Cockroach On Dope’. Het daaropvolgende ‘Void’ ligt juist weer meer in het rijtje van de liedjes in de middenrif van het album.
Radiohead ligt overigens een groot deel van het album als waarschijnlijke invloed op het puntje van de tong. Ook tijdens de freakende afsluiter ‘Changing Colors’, die na enige tijd zelfs als bescheiden hoogtepunt van ‘Cables’ kan worden bestempeld. Puur omdat het zowel de rustige ingetogen kant als de dreigende, soms uitbarstende kant van Parkside bevat. Maar het is geen imitatie of een geleend geluid, zeker niet. Parkside klinkt als een band die weet wat het kan, wat het wil en hoe die twee dingen het beste gecombineerd kunnen worden.
Terwijl liefhebbers wachten op nieuw werk, is Lilian Hak bezig met haar eigen electronica avond onder de naam ‘STITCH’, die ze samen met de Amsterdamse zangeres Sophie Zeyl organiseert. Op 8 mei in de EKKO vindt de avond voor het eerst in Utrecht plaats: “Alleen vrouwelijke performances, dat kom je nog heel weinig tegen in clubs.”
Hak legt uit waarom STITCH er gekomen is: “Wij vonden dat het wel eens tijd werd speciaal aandacht te besteden aan vrouwelijke artiesten. Meestal zijn mannen op avonden als deze - dj’s, bands, visuals - toch oververtegenwoordigd, hoewel vrouwen wel steeds meer in the picture komen. Er lopen heel veel vrouwelijke creatievelingen rond met allerlei leuke initiatieven. Talent genoeg, we krijgen ook steeds meer reacties op STITCH, vrouwen die graag willen aansluiten en mee willen doen.” Een nieuwe golf van feminisme wil de Utrechtse het niet noemen: “We vinden het gewoon heel leuk en veel mannen – en programmeurs - reageren er trouwens ook goed op.” Mannen mogen overigens wel gewoon komen kijken, lacht Hak: “Tuurlijk, heel graag zelfs. Het gaat erom dat de uitvoerenden vrouw zijn en iets met electronica doen, in de breedste zin.”
Stitch is niet begonnen als reactie op een tekort aan leuke avonden voor Hak zelf. “Sophie mailde me met het idee dubbeloptredens aan te gaan bieden aan podia.” Toen ze elkaar hadden ontmoet, ontstond het plan om in plaats daarvan een thema-avond te organiseren. “Een clubavond, die we in meerdere podia kunnen organiseren.” Wat Hak persoonlijk betreft, is dit eigenlijk haar ideale feestje: “Met name ook door de combi van live muziek en club, met daarnaast ruimte voor fashion of visuals. Een goeie avond bestaat voor mij uit luisteren naar live muziek, maar daarnaast ook lekker dansen.”
Nu, achteraf, is Hak zich wel gaan afvragen of er wel zoveel leuke clubavonden zijn: “Er zijn veel dingen die al lang lopen, die zijn ook wel leuk, maar blijven maar doorgaan. Ik heb helemaal geen commentaar op die avonden, integendeel zelfs.” Hak vindt het dus leuk om na te denken over wat zij daar zelf zou neerzetten. “Ik wil ook wel meer internationale dingen tijdens Stitch laten spelen, maar laten we eerst maar eens zien hoe het loopt.”
De Stitch-avonden worden rustig opgebouwd naar een hoogtepunt: “We beginnen met live-acts en werken dan naar dj’s toe.” De naam van de avond komt wel van Haks nummer ‘Stitch My Name’ af, maar het was niet de Utrechtse zelf die ermee op de proppen kwam. “Sophie vroeg: ‘waarom niet Stitch?’ en ik vond het lekker klinken, dus inderdaad, waarom niet?”
Net als in Studio 80 staat ook in de EKKO als grote naam DJ Isis geboekt. Zelf speelt Hak ook in Utrecht, met een solo live-set onder de naam KaH. STITCH betrekt ook modeontwerpers bij de avonden. “Ontwerpers die het leuk vinden om iets te verkopen. Accesoires, t-shirts, sjaaltjes, enzovoorts. In EKKO hebben we De Katoenfabriek.nl, Lastplak en Lilith, Ravings Of A Mad Woman erbij.” Allemaal Utrechtse bedrijfjes, die een creatieve bijdrage gaan leveren, aldus Hak. “De katoenfabriek.nl gaat bijvoorbeeld t-shirts oppimpen. Je kunt ter plekke het t-shirt dat je aan hebt, laten customizen door middel van zeefdrukken. Het moet een leuke avond worden.”