Een zaal vol lege stoelen. Dat is op het artwork van ‘Ladies & Gentlemen, The Cosmic Carnival!’ het geval. Net als de afgelopen twee jaar het podium ook leeg bleef, omdat Nick Schuit en Gerben van Etten thuis dag en nacht hun overvloed aan ideeën uitwerkten, veranderden, en uiteindelijk opnamen. (more…)
In juni verschijnt ‘All Dressed Up and Nowhere to Go’, de debuut-EP van de Utrechtse singersongwriter Lukas Batteau. Maar nog voordat het schijfje daadwerkelijk naar de perserij ging, vertrok Batteau voor een maand naar de Verenigde Staten. Op vakantie, maar meteen ook voor enkele optredens. New York en Washington werden aangedaan. Bij terugkomst stuurde hij de foto’s naar 3VOOR12/Utrecht.
“Het was een hectische periode”, blikt Batteau terug. “Ik heb een aantal shows gedaan, waaronder een in Washington. Dat was een soort restaurant/bar, de Austin Grill, waar opeens bleek dat ik drie sets van 45 minuten moest spelen.” Geen makkelijke opgave voor iemand met nog maar weinig materiaal: “Aan het einde had ik een paar liedjes al een keer gespeeld, maar de mensen wisselden elkaar af, dus niemand had het door.” Tijdens, maar vooral na dat optreden wordt Batteau - die zelf half-Amerikaans is - duidelijk dat Amerikanen heel gemakkelijk contact maken. Bijvoorbeeld met de basketbal-fan, die alleen voor Batteau’s cover van The Smashing Pumpkins zijn blik van het televisiescherm afwendt, of de nachtverpleegsters, die zich op hun enige vrije avond direct naast het podium nestelen. “Ze komen maar al te graag een praatje met je maken.”
In New York blijkt het een totaal ander verhaal: “In de kroegen daar spelen elke dag drie of vier bands, de mensen worden erg verwend. Toen ik rond een uur of zeven bij Kenny’s Castaways binnenkwam, stond er al een band te spelen. Tenminste, ik vermoedde dat het een soundcheck was, gezien het spel en de lege zaal.” Bleek dat het kwartet al vijf uur lang aan het spelen was. “Drie van de vier waren dan ook knetter high van de heroïne. Eentje kwam met het elastiekje nog om z’n arm uit de wc lopen.”
Een uur later is de zaal al wat voller en in de pizzeria na afloop, komt er een heuse talent scout op Batteau afgestapt: “Daarover later meer”, lacht de Utrechter. Misschien wel het mooiste optreden van de minitour in de Verenigde Staten, vindt Batteau het optreden in de überhippe zaal The Livingroom in New York. “Ooit speelde daar Jeff Buckley, en iets meer dan een maand voor mij speelde Norah Jones er nog. Als je tegen mensen in New York zegt dat je in The Livingroom moet spelen, geloven ze je eerst echt niet.”
De trip overzees beviel aan beide kanten, vandaar dat er nu al plannen zijn in januari 2009 terug te keren. “Twee van de drie zalen hebben me teruggevraagd en dan wil ik ook wel meer optreden.” Allemaal leuk en aardig, nu eerst die - vertraagde - EP maar eens uitbrengen. ‘All Dressed Up and Nowhere to Go’ werd na enkele huis-, tuin- en keukenpogingen opgenomen bij Maarten Besselings The Green Motel studio en ligt op moment van schrijven bij de perserij.
Posted: June 4th, 2008
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article,
Onder Invloed
Tags:
Comments:
No Comments.
Een jaar geleden was er bijna dezelfde situatie, afgezien van de locatie. Toen bij Westerik thuis, nu in café Broers. De gesprekken gaan ook bijna over dezelfde dingen, met het verschil dat toen de halve band net was opgestapt en nu het nieuwe album ‘New’ net uit is gekomen. Een jaar geleden sprak Maurits Westerik, zanger/gitarist van GEM, vol vertrouwen met 3VOOR12/Utrecht over dat wat komen zou, nu is hij trots op het eindresultaat.
De liedjes worden persoonlijker, beloofde Westerik vorig jaar, dat is uitgekomen: “De onderwerpen waar ik over schrijf, benader ik veel meer vanuit mijzelf. Hoe mijn visie was op andere mensen, mijn omgeving en met betrekking op het nieuws, allemaal dingen die mij bezig houden. In die zin komen de teksten meer uit mijn eigen leven.”
Een liedjesschrijver met een boodschap is Westerik desondanks nooit geweest. De teksten op de eerste twee albums, ‘Tell Me What’s New’ en ‘Escapades’ zijn veel meer beschrijvend. Over situaties op zich en over tijd en vergankelijkheid, het wegstromen van gevoelens. Nu schrijft hij meer over hoe hij zich zelf daarbij voelt. Ook op New is hij echter in dat opzicht geen tweede Bob Dylan geworden. “Meer vanuit de ik-persoon naar de buitenwereld. Op weg naar het album merkte ik ook dat het goed voelde om op deze manier te schrijven.”
‘Take a look at me now’, een zin uit de albumopener en eerste single ‘Look’, is goed voorbeeld van Westeriks nieuwe manier van schrijven. “Die tekst ontstond op een gegeven moment. Ik was trots op waar we met GEM waren. In die zin mag je ook wel gewoon een keer wat zelfverzekerder zijn; genieten van wat je doet.” Daarmee zegt Westerik dus eigenlijk dat hij voorheen minder zeker van zijn zaak was, twijfelde aan wat hij deed. “Ik was toen ook veel jonger dan ik nu ben, dan komt het harder op je af. Je moet nog veel ontdekken en dat moet ik nog steeds, maar ik weet wel meer wat ik wil en waar ik sta.”
Naast zelfverzekerder, of misschien dankzij, is Westerik ook merkbaar een rustiger persoon geworden. Daar is de zanger zelf ook blij mee: “Ik kan dingen beter een plek geven en weet beter wat wel of niet goed voor me is.” Niet dat hij voorheen nu zoveel wilde dingen deed, zelf spreekt hij vooral van naïviteit: “Op zoek naar liefde en zekerheid.” Door de nummers op New sijpelt het enthousiasme, niet alleen muzikaal, maar ook tekstueel gezien. ‘She Said Oh Oh Oh, I Said Yeah Yeah Yeah’ is volgens de zanger dan ook niet zozeer een liedje over seks als wel het goede gevoel dat erachter schuilt. “Het is meer het enthousiasme en de energie die uit die zin springt. Het gevoel van ‘we gaan ervoor’, dat is ook wat je bij ‘Gimme’ hoort en bij ‘Look’ en het ‘Way to go’ in ‘Blisters’”, vertelt Westerik half zingend. “Dat het nu meer met seks gerelateerd wordt, vind ik zeker geen nadeel.”
In het nummer ‘Blisters’, komt na de tekst ‘Way to go’ het vervolg ‘the pressure is on’. De druk zal voor dit album dan ongetwijfeld ook flink op de ketel hebben gestaan, na alle veranderingen binnen de band moest dit toch echt hét album worden, lijkt het. “We waren natuurlijk omringd door vraagtekens na het vertrek van Bas en Ilco”, legt Westerik uit. Hoewel ze naar de buitenwereld al snel weer het gevoel uitstraalden dat ze zeker van hun zaak waren en er tegenaan gingen, blijken er toch ook binnen de band momenten van twijfel te zijn geweest: “Het was ook best wel spannend en afwachten wat het zou gaan worden, maar die druk voelde ik helemaal niet van buitenaf. Meer vanuit onszelf. Daar gaat het liedje over; dat je soms keihard moet werken, dat dingen tegenvallen, drempels hoger liggen dan je dacht, maar dat je ondanks de druk er alleen maar beter van kunt worden. Je wordt er scherper door. Als dat allemaal niet was gebeurd, hadden we niet zo’n plaat gemaakt.”
“De druk leggen we onszelf op. We waren zó gefocust, hadden nog zoveel ideeën en zoveel wegen te bewandelen, om beter te worden.” Het lijkt er dus op dat zijn hoopvolle gedachten van een jaar geleden uit zijn gekomen in het afgelopen jaar. Dat de band deze keer niet snel de studio in is gedoken, maar uitgebreid de tijd heeft genomen voor het schrijven van liedjes en het oefenen daarvan, noemt Westerik het beste dat hij ooit heeft gedaan: “Het voelt nu bij ons vier heel goed dat we een jaar rustig aan hebben gedaan qua optredens en achter de schermen het wiel opnieuw hebben geprobeerd uit te vinden. We hebben elkaar als liedjesschrijvers uitgedaagd, dat was een hele goede zet.” Het voelt, nu het allemaal weer gaat beginnen, dan ook echt weer nieuw voor het viertal. “We hebben nu meer energie dan ooit.”
Posted: April 30th, 2008
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article,
MusicFrom
Tags:
Comments:
No Comments.
C-Mon & Kypski zijn in de Verenigde Staten op avontuur. Na weken van optreden en als een gek van stad naar stad reizen, is er nu de rust en het ontwaken met uitzicht op het Californische strand. 3VOOR12/Utrecht belt met toetsenist Jori Collignon en vraagt naar de shows, de gigantische tourbus en inspiratie voor nieuw werk.
19.30 uur hier, 10.30 uur daar. Uitzicht op de Amsterdamsestraatweg hier, uitzicht op het strand vlak voorbij Santa Barbara daar. Het mag duidelijk zijn; de heren van C-Mon & Kypski zijn op avontuur in de Verenigde Staten en weten weer de mooiste plekjes te vinden om hun gigantische tourbus – met aparte woonkamer erin – te parkeren voor de overnachtingen. Toetsenist Jori Collignon is eigenlijk net van plan met een boekje op het strand te gaan zitten, maar vertelt nog graag even aan 3VOOR12/Utrecht hoe het daar gaat. De korte versie? Het gaat geweldig.
Een paar dagen geleden, 22 april, was het laatste optreden van de VS-tour, in de Roxy in Los Angeles. De paar dagen in LA leverden meteen een typisch Hollywood-gevoel op; bijvoorbeeld toen de Nieuwe Revu-fotograaf – die even meeliep met de band – Paris Hilton tegen het lijf liep. Belangrijker dan rijke erfgenamen, zijn natuurlijk de optredens die de Utrechters in de VS gaven. Hoewel wisselend bezocht, wil Collignon niet klagen: “De voorprogramma’s die we bij andere bands hebben gespeeld, zoals voor Lotus, waren steeds in zalen voor 500 tot 800 man, die ook goed gevuld waren. Het publiek was ook enthousiast en we kregen ze – uiteindelijk – steeds aan het dansen.”
De afgelopen weken in Amerika voelen voor C-Mon & Kypski als een geheel nieuw hoofdstuk, vertelt Collignon: “Alsof we voor het eerst aan het touren zijn. De afstanden zijn hier ook bizar. Aan de oostkust speelden we tien shows in elf dagen, met steeds meer dan 600 kilometer afstand naar de volgende stad. Soms reden we gelijk na de show tot 3 uur ’s nachts door en dan moesten we de volgende dag ook nog flink doorrijden om precies op tijd aan te komen voor de show.” Het blijkt niet ongebruikelijk onder de Amerikaanse bands daar, die overigens wel jaloers zijn op de bus van de Utrechters: “Het is bijna een stadsbus, zo groot.”
In Marokko werd de bus nog ondergeplakt met ‘Where The Wild Things Are’, de titel van de destijds nieuwe plaat. De enige stickers die nu op de bus te bewonderen zijn, zijn die van sponsor Numarck. De titel van een nieuw album is dan ook nog niet bedacht. Net zoals er volgens de toetsenist ook nog weinig te zeggen valt over de kant waarop die zal gaan. “Het is de bedoeling dat we nu de laatste weken wat dingen gaan opnemen. We hebben alle spullen gewoon in de bus natuurlijk, maar het lijkt alsof je nergens tijd voor hebt; dan moet er weer getankt worden, of de ruitenwissers begeven het. We zijn wat ideetjes aan het uitwerken, schetsjes aan het maken. Het was bedoeld als een reis om inspiratie op te doen, daar zijn veel optredens bij gekomen, maar ik kijk nu uit op het strand. Dus inspiratie genoeg.”
C-Mon & Kypski zijn genomineerd voor een 3FM Award. In de categorie Best Alternative nemen ze het onder meer op tegen Moke en hun vrienden van Voicst en Pete Philly & Perquisite. Stemmen kan vanaf vandaag helaas niet meer. Wel kun je dit weekend de awardshow live volgen op de website van 3FM.
Posted: April 25th, 2008
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article,
MusicFrom
Tags:
c-mon and kypski,
californie,
daniel rose,
jori collignon,
malibu,
simon akkermans,
thomas elbers,
tour,
utrecht,
vs
Comments:
No Comments.
Single ‘Look’ – en bijbehorende zoektocht naar een meisje, castingsweekend en videoclip – ging het derde album van GEM al vooraf; nu ligt de cd ook daadwerkelijk in de winkels. Het resultaat van een jaar werk is het saamhorige ‘NEW’, waarop de Utrechters enkele reuzenstappen vooruit maken vergeleken met voorganger ‘Escapades’.
Het verhaal van GEM is bekend; drummer Ilco Slikker en leadgitarist Bas de Graaff stappen uit de band, drummer Wouter Rentema komt en frontman Maurits Westerik pakt zelf de gitaar weer op. Het voelt eigenlijk direct al goed voor het kwartet zelf; een nieuw elan komt, samen met een bijzonder gevoel van zelfvertrouwen. Na een jaar waarin de focus vrijwel geheel op het oefenhok in dB’s ligt, wordt ‘NEW’ opgenomen in de studio in Riga.
Single ‘Look’ is het openingsnummer van ‘NEW’. Het is niet het beste liedje op het album, maar wel een uitstekende single. Dat blijkt wel als een collega die het nummer slechts één keer heeft gehoord, drie dagen later opeens het refrein zit te fluiten. Al bij de eerste gitaaraanslagen is het duidelijk om welk liedje het gaat en door het ‘trompetachtige’ gitaarspel en het meezingrefrein bij uitstek, blijft het lang hangen.
Het bombastische ‘She Said Oh Oh Oh, I Said Yeah Yeah Yeah’ heeft de enige titel met meer dan één woord en is de eerste tempowisseling op ‘NEW’. De voorafgaande liedjes ‘Blisters’ en ‘Shoes’ zijn – ondanks de variatie die er deze keer wel ook in de nummers zelf zit – voornamelijk uptempo rockliedjes. ‘She Said..’ doet het vooral live ook erg goed.
Zanger Westerik is een Dylan-fanaat, hoewel dat in de eerdere muziek van GEM nog niet heel merkbaar is. In ‘Down’ is die invloed voor het eerst goed hoorbaar. Niet dat het net zo goed op een album van ome Bob zelf had kunnen staan, maar tekstueel gezien en wat betreft de zanglijnen doet het erg aan Westeriks grote voorbeeld denken. En ‘Down’ is notabene door gitarist Vincent Lemmen geschreven. In de akoestische versie van een jaar geleden, hield de zanger zich overigens nog redelijk binnen de lijntjes, op de albumversie gaan de uithalen gelukkig wel geregeld omhoog. Samen met de trompetgeluiden – een idee van producer Greg Haver – zorgt het voor een euforisch gevoel.
‘Jupiter’ kwam vorig jaar al als een voorproefje naar buiten onder de naam ‘You Better’. Klonken de vroege versies als Arctic Monkeys, nu is dat geluid zeker nog aanwezig, maar iets meer naar de achtergrond gedreven. ‘Gimme’ is vervolgens een grote verrassing, want live was dit tot nog toe één van de minst geslaagde liedjes. Een kleine metamorfose in de studio later is een zomerhit geboren, waarbij niet alleen de lentezon feller gaat schijnen, maar het zelfs voor de fanatiekste barhanger een uitdaging wordt niet mee te bewegen.
De teksten op ‘NEW’ zijn voor Westerik persoonlijker dan alles wat hij hiervoor heeft geschreven. Hij heeft geen diepere boodschap voor de wereld, maar zingt over dingen die hij meemaakt vanuit zijn perspectief. In dat kader moet een dame in huize Westerik – net als bij ‘She Said…’ – zich geheid gevleid voelen door ‘Cold’. De uithalen en snellere stukken in dit nummer doen terugdenken aan ‘Escapades’, met dit verschil nergens de melodie uit beeld verdwijnt en er een mondharmonica – door Westerik – om de hoek komt kijken. Waar het GEM van twee jaar geleden waarschijnlijk nog een minuut of twee door zou raggen, komt er nu een break waarin even gas teruggenomen wordt, om vervolgens toch nog even hard te eindigen. Het zijn ook dit soort dingen waaraan de groei en het nut van de lange aanloop naar dit album toe te merken is.
Debuut ‘Tell Me What’s New’ was een album vol ragnummers; ‘Escapades’ was – met hulp van Anne Soldaat - al een stuk melodieuzer. Voor ‘NEW’ is veel meer tijd vrijgemaakt om nummers te oefenen en te laten rijpen. Dat kan ook een negatieve werking hebben; liedjes kunnen té bedacht of gladgestreken worden. Die valkuil omzeilt GEM ruimschoots. De rauwe rand verdwijnt nergens – zelfs niet tijdens de twee ballads – uit zicht.
De band is er met Haver in geslaagd om de instrumenten op ‘NEW’ niet tot een grote brei te laten verworden; alle elementen zijn los van elkaar te onderscheiden. Het een staat in dienst van de ander; de partijen zijn stuk voor stuk verder ontwikkeld dan in het verleden. Gitarist Vincent Lemmen noemde na terugkomst uit Riga dit de ‘Morning Glory’ (tweede album van Britse band Oasis, red.) van GEM. Er staat geen poppy radiohit als ‘Wonderwall’ op en ook geen meeslepend anthem als ‘Champagne Supernova’, maar als Lemmen de verder uitgedachte liedjes en verscheidenheid in het album als geheel bedoelde, heeft hij meer dan gelijk.
Het haast smekend klinkende ‘Comfort’ had op plaat iets bondiger gemogen, om live verder uitgebouwd te kunnen worden, maar is desondanks een prima opmaat naar afsluiter ‘Today’. De tweede ballad op ‘NEW’, die tijdens de optredens in 2007 opmerkelijk populair bleek bij het publiek. Het is het kwartet gelukt ‘Today’ niet pretentieus te laten klinken. Het aantal echte rustpunten op het derde album blijft dus beperkt tot twee, maar de behoefte aan die momenten is ook minder aanwezig dan op voorgangers ‘Tell Me What’s New’ en ‘Escapades’. Dat zit hem voornamelijk in de eerder opgemerkte variatie binnen de liedjes zelf.
Die variatie zorgt er – samen met het gebruik van meerdere en andere instrumenten, en verdere uitdieping van alle muzikale partijen – voor dat GEM met ‘NEW’ niet alleen vooral een goede liveband is, maar ook binnenshuis goed tot zijn recht komt. Misschien is dit het ‘alles of niets album’, misschien ook niet. De band klinkt namelijk echt nieuw en fris. Ze stralen dan ook uit nog veel meer inspiratie te hebben dan de selectie van tien liedjes op dit album. Dat later, nu eerst ‘NEW’ laten bezinken, zowel op het podium als in de woonkamer.
Posted: April 21st, 2008
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article,
MusicFrom
Tags:
3VOOR12,
cd,
gem,
jeroen kikkert,
maurits westerik,
new,
recensie,
review,
vincent lemmen,
wouter rentema
Comments:
No Comments.
Voor de echte Motel Mozaïque-sfeer hoeft op de eerste dag niet lang gezocht te worden, zo zag onze verslaggever Matthijs van der Ven. Om 15.20 uur vormt zich een zelfgeorganiseerde rij op het Schouwburgplein, bestaand uit mensen die maar wat graag later op de avond headliner dEUS willen zien. Bij de opgestelde tenten voor de Rotterdamse Schouwburg en het naastgelegen Cafe Floor zijn niet alleen reguliere polsbandjes te halen, maar ook speciale bandjes voor Tom Barman en co.
De zon verwarmt het plein, waarop iedereen geduldig wacht; ook achterin de rij, helemaal aan de andere kant, net voor De Doelen. Die gemoedelijkheid; op je gemakje genieten van het moment; verdwijnt tijdens Motel Mozaïque nauwelijks van de voorgrond.
De eerste gemeende glimlach komt in TENT waar Helio Sequence de spits mag afbijten. Een Amerikaans duo – gitaar, zang en drums – zonder ook maar een greintje uitstraling, maar wie zich daardoor laat afschrikken, mist een bijzonder aardige show. Inclusief een drummer – met opmerkelijk genoeg een typisch Brits gezicht – die zodra zijn drumstokken bewegen, transformeert in een bewegelijk, uiterst spastisch, persoon. Ook dat is echter niet genoeg om af te leiden van de “officiële opening van Motel Mozaïque”, zoals presentator Niels Post het optreden noemt. “Ook al is de organisatie het daar misschien niet helemaal mee eens.”
De Kleine Zaal van de Schouwburg loopt 2,5 uur later vol voor A Fine Frenzy uit Washington. Waarschijnlijk de enige band in Rotterdam dit weekend met slechts twee (!) MySpace-vrienden, waaronder de automatisch toegevoegde Tom. Een versnelling terugschakelen vergeleken met hun landgenoten in TENT, maar een prima dessert na een rustige maaltijd. De 22-jarige roodharige zangeres Alison Sudol is naast een bijzondere verschijning – als een vriendelijk lachende sneeuwwitje - tevens een interessante vocaliste, blijkt als na de openingsnummers haar microfoon eindelijk wat verder opengedraaid wordt. Luisterend naar de melodieuze, maar heftige pianopop, blijkt dat ze met haar stem meerdere kanten op kan. Zacht, ingetogen, hoog, maar ook krachtig.
Datzelfde kan gezegd worden van die andere dame, op enkele tientallen meters afstand, in de Grote Zaal. Alela Diane laat daar haar album horen. Op een mooie manier, met een geweldige stem. Maar waar blijft de pit, wat is de meerwaarde van haar live zien? Vaak speelt een band of artiest live wat harder, sneller, of in ieder geval anders dan op schijf. Diane niet. Had dan een cd in de huiskamer net zoveel waarde gehad? Misschien, maar wie ‘gewoon’ een mooi optreden met goede akoestiek in de juiste setting – zitten, staan, liggen, alsof op een camping – wil zien, is bij haar aan het goede adres. Achtergrondzangeres en goede vriendin Mariee Sioux staat later op de avond op eigen kracht nog in Lantaren/Venster.
Daar komt het echter niet van, want van de Schouwburg gaat de avond naar Off_Corso, waar de Belgische headliner dEUS enige tijd later zal proberen alle aandacht en wachtrijen te rechtvaardigen. Bij aankomst lijkt Barman – leunend tegen de tourbus – nog ontspannen uit te zien naar het optreden. Eenmaal op het podium is die ontspannenheid achterwege gelaten. Zal het dak er afgaan? Het antwoord is – al dan niet helaas – nee. Het nieuwe materiaal, van het nog te verschijnen album ‘Vantage Point’ is goed ingestudeerd; technisch is het concert vrijwel perfect. Het dak blijft er echter op. Het lijkt wel alsof Barman en co nog niet helemaal zeker zijn van de beheersing van hun nieuwe liedjes. Ten onrechte, om te luisteren is dEUS in Off_Corso zeer fijn, maar de beleving ontbreekt. Zodra de band inziet dat het technische deel wel goed zit en meer ruimte overlaat voor gevoel en beleving, zal hun show zonder twijfel moeilijk te vergeten worden.
In Rotown laat Holy Fuck vervolgens in ieder geval een – deels uitwasbare - indruk achter. Dat het naast een muzikale vooral één van zweetvlekken is, is wellicht wel zo passend. In de belachelijk volle zaal aan de Nieuwe Binnenweg – waar 300 bezoekers norm is, waren tijdens de band uit Canada naar verluidt zo’n 400 aanwezig – verspilt het in zichzelf gekeerde gezelschap weinig tijd aan randzaken; de muziek knalt tot aan de deur en het publiek raakt meer en meer opgezweept.
Tegelijkertijd is in Off_Corso precies datzelfde aan de gang onder deskundige leiding van Trentemøller. Samen met band is hij de ideale afsluiter van het livegedeelte van de eerste Motel Mozaïque-dag van 2008. Zijn set – van hard, naar rustig en uiteindelijk nog harder - symboliseert het verloop van de vrijdagavond in Rotterdam. Een avond die “snel” begon met Helio Sequence, kalm doorstartte met A Fine Frenzy en Alela Diane om vervolgens via dEUS hard te eindigen met Holy Fuck en Trentemøller.
Zaterdag
Waren er op vrijdag nog weinig echte uitschieters qua aangrijpendheid, de zaterdagmiddag start in TENT meteen goed, wanneer Jamie Lidell veertien uur na zijn show in de Schouwburg een uur lang zijn kunsten vertoont. En dat zijn er nogal wat. Soul is wat de klok slaat op het gratis 3VOOR12-podium. Als er iemand weet hoe een show gegeven moet worden, is het vandaag Lidell wel. Zijn welwillendheid was al duidelijk door het feit dat hij een uur lang wil spelen, in tegenstelling tot de 20 minuten die voor de sessies staan; zijn publiek deelt het enthousiasme.
Alles klopt deze zaterdagmiddag; het begin met Lidell, maar ook het verblijven aan de Witte de Withstraat. Normaal gesproken al één van de leukste straten van de Maasstad, met de zonnestralen schijnend op het toch al uitgelaten publiek op straat, is het goed vertoeven. Ogenschijnlijk randzaken, maar het maakt het broodje in een portiek net wat lekkerder en het festivalgevoel een stuk meer aanwezig.
Dit alles draagt bij aan de juiste stemming voor muziek luisteren. Iets waar de Stockholmse britpoppers van de Shout Out Louds ruimschoots raad mee weten. Wie nog niet vrolijk was geworden door het hierboven beschrevene, wordt het wel na het horen van de Zweden. Later deze maand zal het riedeltje van ‘Impossible’ zich op het Californische Coachella Festival in de geheugens van bezoekers grieven, op Motel Mozaïque is het de goede showcase op de goede plek en het goede moment. Dat dit later op de avond minder het geval is, doet er ’s middags gelukkig nog niet toe.
Enige tijd later is de beurt aan een opvallende verschijning uit Belfast: Foy Vance. Een kale gitaarspelende meneer met een hoed op het hoofd, maar bovenal muziek in het hart, zo lijkt het. Vance heeft dankzij zijn stem weinig tijd nodig om de aandacht te trekken; of je rent gillend weg; of je staat ademloos te luisteren. Hij verdient het laatste. Ondanks of dankzij het loopen van eigen gitaar en zang tijdens het laatste liedje. Dat begint inmiddels een iets te wijdverspreid trucje te worden onder singer/songwriters. Ach, zolang het mooie muziek oplevert, is het hem vergeven.
Het avondprogramma van zaterdag begint met Efterklang in Lantaren/Venster. Na een niet al te lange en weinig meer dan vertraging toevoegende toespraak van de NAi-directeur, kan het grote gezelschap van start gaan. Voor een leek voelt het aan als een krankzinnigenbijeenkomst in een bos vol pauwveren. In sommige gevallen is krankzinnigheid goed, in dit specifieke geval is het enigszins indrukwekkend, hoewel de aandacht al vrij snel verslapt en de vaagheid doet verlangen naar iets tastbaars.
Tastbaarder dan de Shout Out Louds wordt het niet, dus op naar Off_Corso om te kijken of de Zweden in een grote zaal net zo leuk zijn als in het veel kleinere TENT. Niet dus. De zaal is te groot en de band weet niet hoe ze de overstap moet maken, zodat alleen de voorste rijen in de club aan de Kruiskade mee kunnen gaan in de muziek. Dan nog maar snel even naar Rotown fietsen om nog een glimp van Noah And The Whale op te vangen. Ware het niet dat ze al binnen het half uur klaar blijken. Of het een gemis is, blijft de vraag, ook al omdat hun Engelstalige begeleider buiten de show als “okay” en het publiek als “polite” omschrijft.
Allen gehuld in witte gewaden – op zangeres Alison Goldfrapp, die in het roze verschijnt, na – hoeven de bandleden van Goldfrapp weinig moeite te doen om in de Grote Zaal van de Schouwburg de handen op elkaar te krijgen. Het haast hemelse gezang is net iets te laat; het had niet misstaan tijdens het ontbijt op paaszondag. In de Schouwburg is hetzelfde het geval als bij veel van de andere optredens; interessant en mooi om naar te luisteren, maar het grijpt niet bij de lurven.
De behoefte aan wat harders wordt met de minuut groter, dus eigenlijk zouden The Black Lips als geroepen moeten komen, in Rotown. De eerste twee, drie liedjes zijn dat ook. Tot het besef doordruppelt dat het trucje op zich aardig is, en de liedjes afzonderlijk aanstekelijk; maar er weinig interessants achter zit. De band klinkt in Rotown vooral als een feestband; raggen zonder remmingen. Dat is even lekker, maar al snel steekt de vraag naar meer de kop op.
Dat “meer” is te vinden in Off_Corso, bij Foals dat tegelijkertijd speelt. Meer dan de Shout Out Louds, weet het vijftal uit Oxford de hele zaal te bespelen met hun berekende muziek. Voornamelijk de stem van zanger Yannis Philippakis – die zijn eigen muziek ooit als “achterlijke, autistische, sell-out pop” bestempelde – is de moeite zeer waard. Nadeel is, zoals een andere aanwezige muziekjournalist in Off_Corso terecht opmerkt, dat de liedjes te eenvormig zijn. Het is die laatste stap tussen mooi of interessant en bijzonder die ontbreekt. Zoals gezegd is dit op meer shows van deze Motel Mozaïque-editie het geval.
Aan het einde van de middag deed opeens het bericht de rondte van de ziekenhuisopname van “Gutter Twin” Greg Dulli. Op vrijdagavond raakte de voormalige frontman van The Afghan Whigs onwel tijdens een Belgische show en werd direct naar een ziekenhuis gereden. Een golf van teleurstelling spoelt door de Rotterdamse binnenstad. In Cafe Floor is de droevenis bijzonder groot bij enkele bezoekers die speciaal voor The Gutter Twins uit het noorden van het land zijn komen rijden en door een ongeluk - van een auto die op dat moment voor hen reed – al enkele uren vertraging achter de rug hadden. Lucky Fonz III staat op de reservelijst en wordt opgeroepen als vervanger. Misschien qua muzikale vergelijking met de Gutter Twins niet de meest logische, maar als iemand een teleurgesteld publiek weer blij kan maken…
De Grote Zaal lijkt ’s avonds het toneel te worden van een treurig schouwspel. Relatief weinig mensen hebben de moeite genomen alsnog naar de Schouwburg te komen. Hoewel het er nog aardig wat zijn, lijkt het in de megazaal een klein groepje. Het deert Lucky Fonz III (Otto Wichers) weinig, ook als na twee nummers mensen besluiten toch maar een verdieping lager naar Eric Vloeimans te gaan luisteren. Daaronder ook een enkeling die bij Fonz’s entree – “Hallo allemaal, ik ben The Gutter Twins” – nog steeds de wijziging niet doorheeft. Zal het hem lukken publiek bij zich te houden?
Zoals te verwachten viel, weet Wichers, op komische wijze, wel raad met de situatie. Zonder te vergeten dat hij tussen alle grappen door een zeer behoorlijke set speelt, is een voor Fonz’ doen bijzonder harde grap, het vermelden meer dan waard. Tegen het einde van de show zingt hij: “Hang down your head, Greg Dulli. … You’re bound to die”, om zich vervolgens haast beschaamd weer snel te verontschuldigen. Zijn laatste liedje ‘Draw Me A River’ draagt hij dan ook op aan Dulli: “Sorry nog voor daarnet.”
Al met al is Motel Mozaïque een bijzonder festival gebleken. Eén met veel mooie namen, nog meer mooie muziek, maar weinig echte hoogtepunten. Jamie Lidell in TENT op zaterdagmiddag is er één. Net als wellicht Trentemøller op vrijdagavond. Het weekend in Rotterdam kenmerkt zich vooral door fijne momenten; omgeven door ontspannen muziekliefhebbers een broodje eten in de zonnige Witte de Withstraat, showcases bekijken in TENT, maar vooral de grote verscheidenheid aan interessante artiesten maken Motel Mozaïque tot wat het is. Wat is er mooier dan in twee dagen tijd werkelijk alle soorten muziek voor je ogen voorbij te zien komen?
Je vindt in de fotogalerij dankzij Peter de Jong en Marc Nolte meer beeld van: The Black Lips, Charles Frail, Foals, Foy Vance, Goldfrapp, Lucky Fonz III, Pipslab, Shout Out Louds, Simone White, Thingumajigsaw, Trentemøller en We vs. Death, plus een setje sfeerfoto’s. Klik hier om naar de MusicFromNL fotogalerij te gaan voor 57 maal Motel Mozaïque 2008
Klik hier voor meer foto’s van Marc Nolte
Posted: April 15th, 2008
Categories:
Article,
MusicFrom
Tags:
Comments:
No Comments.
Simon Gitsels en Michiel Flamman vliegen 28 maart naar San Francisco en hopen een maand later terug te komen met een nieuw Solo-album dat zo goed als klaar is. Dat wil echter nog niet zeggen dat er voor of net na de zomer al iets in de winkel ligt, benadrukt Flamman: “Het is wachten op het goede moment, kijk maar naar Voicst. Misschien komt dat wel pas in het voorjaar van 2009.” Scott Solter (o.a. Mountain Goats, Spoon en Death Cab For Cutie) zal fungeren als het felbegeerde frisse oor voor de liedjes die de Utrechtse band het afgelopen jaar heeft geschreven. Het proces heeft tot nu toe hele mooie momenten gekend, maar ook zeer moeilijke; met de trip naar de Verenigde Staten lijkt de oplossing gevonden.
In de Zeeuwse middle of nowhere, in een oude verffabriek, ontstond in het voorjaar van 2007 een enorme vibe: “Daar hebben we hele goede dingen opgenomen, maar na de zomer dachten we na over wat we er nou eigenlijk mee wilden.” Na te hebben overlegd met Martijn Groeneveld, is voor Gitsels en Flamman duidelijk dat ze het gevoel om met een bandje te spelen wilden nastreven. “Niet zozeer een bandjesgeluid qua volume, maar meer dynamiek; het moet ademen.” Tijdens het opnemen, kreeg de band steeds het gevoel te snel te spelen, zonder dat dit het geval was, legt Flamman uit: “Je voelt de opwinding; je wordt meegenomen door het liedje. Die magie, die openheid, is waar we naar op zoek zijn.”
Zonder onbescheiden te zijn, vindt Flamman dat ze het afgelopen jaar fantastisch werk hebben geleverd: “Wat er nu ligt, zijn onze beste liedjes ooit. Ze zijn consistenter, zijn een eenheid: alles is van hoog niveau. Nou was dat op de vorige platen ook wel zo, maar nu is alles nog eenduidiger.” De eerste plaat was singersongwriter met invulling. De tweede was eigenlijk al een bandplaat, maar heel gericht op synthesizers. “Dat is ook een wat killere plaat”, vertelt Flamman: “Nu wilden we juist een album maken dat alleen maar warmte uitstraalt, dus er komen geen synthesizers op. Misschien gaan we wel wat trompetten en een fluit gebruiken, maar we willen het puur houden; zo organisch mogelijk.”
Bij het schrijven van teksten voor de nieuwe liedjes, voelt Flamman sterk de behoefte aan input van een native speaker: “Dan gaat het volgens mij veel sneller.” De teksten van het nieuwe werk zijn niet conceptueel uitgepakt, waar op‘ Solopeople’ nog veel liedjes wat droevig of eenzaam thema hadden. Dat ligt voor een groot deel aan Flammans gemoedstoestand: “Ik ben vrolijker dan ik de afgelopen jaren ben geweest. Het gaat beter met me dan ooit en in een aantal dingen is dat terug te horen.”
Een nummer waar Flamman zo trots op is dat hij zich bijna verontschuldigt voor zijn eigen enthousiasme is die met de werktitel‘ Up To No Good’. Een liedje met een haast geniale melodielijn en gevoel voor opbouw. Alsof je dobberende boot zich in vloeiende bewegingen laat meevoeren door de golven in de oceaan, zonder zorgen over tijd of andere beslommeringen. Tijdens het luisteren, zou Flamman eigenlijk het liefst elke noot willen uitleggen: “Het rolt over elkaar heen, zit geen duidelijk einde aan zinnen of melodieën. Het begon als simpel dingetje, maar die melodie bleef maar gaan.”
De band dook de studio in bij Groeneveld en is zeer tevreden over de resultaten. Toch bleek het niet genoeg, legt Flamman uit: “Het zijn zulke goede liedjes, hoe kunnen we die nog beter maken dan het al is, was wat we dachten.” Die vraag leek het duo zelfs enigszins te verdelen over hoe het verder moest. “Er zit een verschil tussen Simon, Martijn en mij wat betreft liedjes schrijven. Ik ben niet zo goed met instrumenten, dus als een song niet lekker loopt, ga ik terug naar de basis. Simon – als muzikant vanuit het conservatorium - kijkt of we het beter kunnen spelen en Martijn kijkt wat de sound van het liedje nog nodig heeft en probeert dat er bij te stoppen.”
In die driesplitsing kwam het trio in november van het vorige jaar vast te zitten, geeft Flamman toe: “Hoe ga je die nummers nu echt dát meegeven dat ze verdienen?” Het idee ontstond om dat wat ze nu in een lang traject hebben gedaan, in kortere tijd te moeten kunnen doen. Labelgenoot en inmiddels ervaringsdeskundige Maurits Westerik - zanger van Gem – vertelde Flamman over zijn ervaringen in Riga en dat triggerde hem er ook iemand bij te zoeken voor een nieuw, deskundig oor: “Iemand die naar de songs kijkt. Die niet alleen zegt hoe we het mooi op kunnen nemen, want we hebben al hele goede opnamen. Het gros hoeft niet nog een keer opgenomen te worden.”
Meerdere grote namen passeerden de revue, maar waar de een te duur bleek, was de ander te druk. Het idee van een grote overtocht naar de Verenigde Staten kwam naar bovendrijven en juist op dat moment kwam Frans Hagenaars met Tiny Telephone Studio’s in San Francisco, van John Vanderslice. Flamman: “De goeroe van Tiny Telephone is Scott Solter. Dat is de man waarmee we het gaan doen. Aaron Prellwitz is er ook bij, maar vooral achter de knoppen.”
Deze twee Amerikanen moeten het gaan doen, geen gekke gedachte gezien de kant die Flamman met Solo op wil gaan. Een deel van het nieuwe werk, waaronder ‘Love Always Hopes’ – waarschijnlijk het openingsnummer van de nieuwe plaat – heeft iets dat aan Death Cab doet denken, hoort ook Flamman: “Snelle drums, maar op een bepaalde manier toch relaxt. Op een bepaalde manier wordt het alternatiever. Niet omdat dat zo nodig moet, maar het gebeurt gewoon.”
“Scotts reacties op onze songs en wat wij aan het doen zijn, waren overweldigend”, vervolgt Flamman: “Voordat wij goed en wel contact hadden gezocht, kregen we al een mailtje van hem: ‘ik ken Excelsior, ben hartstikke geïnteresseerd en vind het heel leuk’.” Het eerste wat Solter aan de telefoon zei, zorgde meteen voor veel vertrouwen bij de Utrechter: “Scott zei: ‘I want to bring more danger into your music’. Hij weet nu al wat hij er bij wil gaan horen. In mailtjes schrijft hij ook niet ‘misschien moeten er wat meer vocalen in het refrein’, maar ‘het voelt als vallende sneeuw, het moet meer regen krijgen’.”
Solter zal vooral richtingen aangeven en Solo helpen alle liedjes in dezelfde richting te krijgen. “Het is nog steeds een gok, maar de liedjes staan al zo duidelijk in de steigers, dat moet goedkomen. Drie liedjes hebben bijvoorbeeld van Martijn al zo’n goede sound gekregen, daar wil ik helemaal niet van afwijken. Die hoef ik dus alleen nog maar in te zingen.”
Gitsels en Flamman hebben wat speling ingeboekt in hun Amerikaanse verblijf, om de optie open te houden het album ter plekke te laten masteren. Het is hoe dan ook een hele belevenis voor beide muzikanten: “Het wordt voor ons allebei de eerste keer dat we naar Amerika gaan.” Mooi om dat allemaal te zien, maar het wordt ook hard werken: “We gaan zeventien dagen achterelkaar, tien uur per dag werken. Amerikaans tempo. We logeren bij familie en kunnen iedere ochtend lopend naar de studio. Ik ben heel benieuwd; heb echt zoveel zin.”
Posted: March 10th, 2008
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article
Tags:
Comments:
No Comments.
In november waren ze in de bovenzaal van Paradiso een van de hoogtepunten van London Calling. Vandaar dat veel van hetzelfde – jonge – publiek ook in de EKKO aanwezig is. Voor het festival in Amsterdam werden ze door kenners al getipt, en terecht, want gitariste Laura-Mary Carter en drummer Steven Ansell van Blood Red Shoes overrompelden werkelijk alle toeschouwers. Daarom is het uiteraard erg leuk om ze in EKKO weer eens van dichtbij te kunnen zien, tegelijkertijd is het riskant, want kan het geweldige optreden van toen in Utrecht wel geëvenaard worden?
Voordat die vraag beantwoord wordt, mogen The Sugarettes openen, maar hoewel de liedjes van de Eindhovenaren behoorlijk goed zijn, komen in EKKO toch vooral hun minpunten naar voren. De zang is live vrij belabberd; niet vals, maar saai. Er zit geen spanning in en het komt niet over in de zaal. Het grootste verschil met de hoofdact uit Engeland, is de uitstraling. Carter en Ansell stralen – op het podium – uit dat je ze maar beter serieus kunt nemen, maar áls The Sugarettes al iets uitstralen, dan is het braafheid. Het oogt te lief en onschuldig; er spat geen vonk vanaf. Dat is jammer, want als ze wat ‘gevaarlijker’ worden en aandacht besteden aan de zang, kan het veel mooier worden.
Dat mooie komt in EKKO wel, van Blood Red Shoes. Al vrij vroeg in de set speelt het duo het aanstekelijke ‘I Wish I Was Someone Better’. Het begin van de show is erg sterk; langzaam opbouwen is voor mietjes; binnen tien seconden van 1 naar 100 kilometer per uur. Dat blijkt voor de niet-London Calling-gangers toch een verrassing, ondanks de waarschuwingen vooraf. De fans die Blood Red Shoes aan dat festival heeft overgehouden hoeven – net als de band – ook niet op te warmen. Geen rek- en strekoefeningen of eerst maar eens rustig meewiebelen: springen, zingen en juichen.
Het optreden in Utrecht is langer dan dat in november, dus is het de vraag of de Brightonse Carter en Ansell diezelfde overdosis aan energie kunnen volhouden. Het antwoord blijkt ‘zo goed als’ te zijn. Na het denderende begin, valt de afwisseling in het midden van de set enigszins weg, maar om van een inkakmoment te spreken gaat te ver.
Het blijft interessant om te zien hoe deze twee muzikanten zo relatief vroeg in hun loopbaan zo zelfverzekerd op het podium staan. Alsof ze het al vijftig jaar doen, maar vooral ook alsof het vanavond de allerlaatste keer kan zijn. Dat is het applaus – net als het einde van het concert, waarin het wel weer helemaal los gaat – meer dan waard. Ook op de London Calling editie van april dit jaar, waar Blood Red Shoes weer geprogrammeerd staat. Als het duo deze adrenalinestoot blijft geven en tegelijkertijd net wat meer variatie aanbrengt in nieuw materiaal, dan mogen ze zo vaak terugkomen als ze maar willen.
Blood Red Shoes & The Sugarettes
Gezien: EKKO, donderdag 21 februari 2008
Posted: February 25th, 2008
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article
Tags:
Comments:
No Comments.

(more…)
Posted: February 5th, 2008
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article,
Photo
Tags:
Comments:
No Comments.
2007 was voor C-Mon & Kypski het jaar van de eerste keren Pinkpop en Lowlands. Van het beste Tivoli-concert én Utrechtse liedje van het jaar. In die eerste categorie deed de band donderdag in Tivoli ook dit jaar een gooi naar de prijs. Nu al. Met alle gastartiesten in de gelederen raakte de zaal aan de Oudegracht strak uitverkocht en stond niets een glorieuze thuiswedstrijd in de weg.
Aan het begin van de avond, zo’n twee uur voordat voorprogramma Oh No Ono begint, is de spanning in de kleedkamers al enigszins merkbaar. Nog even snel met een geleende fiets iets ophalen, een cd die niet werkt of met trots de nieuwe C&K-shirtjes uitdelen. Elke gastartiest bereidt zich anders voor; surfen op MySpace, rappend met een mp3-speler door de gangen, of nog even snel snaren van een gitaar verwisselen. Eén ding is zeker: iedereen heeft er enorm veel zin in en de eerste van drie ‘Circus C-Mon & Kypski’-show belooft iets bijzonders te worden.
En dat wordt het. De vier Utrechters blijken in topvorm, net als hun gasten. Die de laatste tijd ook onderling nog de nodige connecties blijken te hebben:
* Trompettist Colin Benders (Kyteman) tourt momenteel met Voicst en gaat in het voorjaar met de Amsterdam Klezmer Band op stap door Europa.
* Saxofonist Job Chajes van de A’dam Klezmer Band speelde pas nog in Amsterdam met Benjamin Herman.
* Diezelfde Benjamin Herman bezocht Voicst vorig jaar in de studio om wat dingen te proberen.
Die band tussen muzikanten kan voor leuke dingen zorgen en in Tivoli valt alles dan ook precies op de goede plek. Van de zeepbellen tijdens ‘Bumpy Road’ tot de bijdragen van de gasten en van de energie van C-Mon & Kypski tot de polonaise door de volle zaal. Bekijk hieronder de fraaie foto’s die Reinier Asscheman in de circustent aan de Oudegracht maakte, met in de bijschriften interviews die Matthijs van der Ven deed met alle gastartiesten.
Circus C-Mon & Kypski
(met Voicst, Kyteman, Jiggy Djé, Amsterdam Klezmer Band, Pete Philly en Benjamin Herman)
Tivoli
Gezien: donderdag 17 januari 2008

Posted: January 19th, 2008
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article
Tags:
Comments:
No Comments.
NightWriters, het literaire collectief onder leiding van Kluun (echte naam Raymond van de Klundert) tourt langs de Nederlandse podia om het boek Het Beste Van NightWriters te promoten en te vieren. Geen lange voorleesavond, maar korte verhalen van schrijvers om bij wakker te blijven, dat is het idee van de schrijver van Komt Een Vrouw Bij De Dokter en De Weduwnaar. Met muziek. Vorig jaar speelden onder meer Johan en Snow Patrol tijdens de avonden, dit jaar tourt Alamo Race Track met de schrijvers mee. Zaterdag in Tivoli hoopt Kluun weer op een volle bak: “Er is genoeg publiek dat een bibliotheek niet binnen te slaan is, maar wel in zalen als Tivoli komt.”
Dit jaar reist Kluun de zalen rond met collega’s Saskia Noort en Christophe Vekeman. Eerder deze week was de première in Paradiso. “Dat is spannend, want er kan dan nog van alles misgaan. Het ging goed, er waren meer dan 500 bezoekers, dus ook op de balkons stonden mensen.” Mensen een avond lang blijven boeien met literatuur, en dan ook nog een jong publiek aanspreken, het is prima mogelijk volgens Kluun: “Ik heb niets tegen grijze muizen; mijn ouders komen ook een keer en grijzer krijg je ze niet. Het jonge uitgaanspubliek krijg je nog met geen paard een bibliotheek in. Die mensen komen normaal gesproken wel in Tivoli en nu ook.”
Daarvoor moet het programma dus wel iets speciaals bieden. Zelf omschrijft Kluun het als schrijvers om bij wakker te blijven, onder het motto ‘wie niet lezen wil, moet maar horen’. Daarom zijn er ook korte intermezzo’s, waaronder een optreden van Alamo Race Track: “Ik wilde een Nederlandse band die rockt, met stevige gitaren. Ik vind ze heel goed. Tijdens de optredens van de schrijvers moeten mensen stil zijn, daarom moet je goed afwisselen. We hebben nu de juiste formule gevonden. Het duurde even voordat je precies doorkrijgt hoe lang onderdelen moeten duren om een boeiende show op te bouwen.” Bang voor pratend publiek, waar Tivoli om bekend - of beter gezegd berucht - staat, is de schrijver niet. “Dat gebeurde in het begin in Panama nog wel, maar nu niet meer. Er wordt ook geen half uur achterelkaar opgetreden door de schrijvers. Je moet steeds iets nieuws verzinnen, het blijft toch voorlezen.”
“We hebben de schaal van vijf, van literaire ingrediënten”, vervolgt Kluun. “Een goede mix, niet te ontoegankelijk. Wij kunnen als schrijvers niet tippen aan het acteertalent van acteurs of cabaretiers, maar er wordt genoeg gelachen in de zaal.” De afwisseling wordt versterkt door een quiz; de 5 minutes of fame van een debutant; een talkshow; de band; een dj en een trioloog die volgens Kluun ‘behoorlijk kinky’ is. Niet alle schrijvers bleken het afgelopen jaar geschikt voor NightWriters, geeft hij lachend toe: “Die krijgen dan ook geen uitnodiging meer. We hebben gezien welke schrijvers het goed doen op een podium en selecteren er nu steeds een paar die goed bij elkaar passen. In Paradiso was Vekeman de held. Hij is nu nog onbekend in Nederland, maar daar gaat snel verandering in komen.”
Toekomstplannen zijn er genoeg, maar het is nog even afwachten in welke vorm NightWriters volgend jaar zal doorgaan. Kluun: “Het plan is om volgend jaar een thuishonk te hebben, waarschijnlijk in Amsterdam, waar we elke week avonden kunnen organiseren. Maar ook dan zullen we het land nog door blijven touren.”
Posted: December 20th, 2007
Categories:
3VOOR12/Utrecht,
Article
Tags:
Comments:
No Comments.
Waar blijft het tweede soloalbum van Jelle Paulusma toch? Zijn website zegt afgelopen september, maar het schijfje is nergens te bekennen. Reden tot zorg, of is er een logische verklaring? De oud-Daryll-Ann-zanger spreekt geruststellende woorden: “Ik ben aardig op weg, ongeveer halverwege. Dus ik verwacht die plaat komend jaar rond mei uit te brengen. En dat wordt me er eentje!”
Het album komt ongeveer acht maanden later dan gepland. Niet omdat hij geen inspiratie heeft, maar omdat hij druk is met andere dingen Paulusma is vooral druk als lid van de pop/rock kernjury van de Grote Prijs van Nederland, waarvan 8 december de finale plaatsvindt in de Melkweg. “Daar staan een paar behoorlijk toffe bands. Door het hele land bekijken mensen bands en ze schrijven daar rapportjes over. Er zijn drie mensen die vervolgens met het zweepje slaan en daar ben ik er een van. En ik ben heel goed met de zweep, je moest eens weten!” Volgens Paulusma moet er veel meer gekeken worden naar Nederlandse groepen: “Er loopt veel talent rond. De halve finales waren heel slecht bezocht. Kom op mensen, erheen!”
Dat het tweede Paulusma-album vertraagd is, wil niet zeggen dat hij het op een laag pitje heeft gezet. “Ik kom er gewoon minder aan toe. Ik werk ook nog als freelancer; er moet toch gewoon brood op de plank.” Geen reden om somber te worden, ook al wordt somber weer vaak omschreven als Paulusma-weer. Maar dat hij zich nu goed voelt, heeft geen negatief effect op zijn muziek, benadrukt de zanger: “Dat is het grootste misverstand: dat je onder depressieve omstandigheden de mooiste muziek maakt. Dat is helemaal niet zo. Ik ben het afgelopen jaar ook door een behoorlijk diep dal gegaan hoor, dus maak je maar geen zorgen. Ik zeg het niet zo vaak, maar ik ben echt van plan een waanzinnige plaat te maken.”
Posted: November 30th, 2007
Categories:
3VOOR12,
Article
Tags:
Comments:
No Comments.