News for the ‘MusicFrom’ Category

The Kevin Costners – ‘Come On In’

Wat in eerste instantie een enorm direct begin lijkt, blijkt tegelijk een rustige opmaat naar een no-nonsense openingsnummer van The Kevin Costners; ‘Laid Me Loved Me’. Een catchy liedje, niet zozeer meezingbaar als wel na een luisterbeurt herkenbaar. Live klinkt dit flink lekker, op het album is het juiste gevoel mee opgenomen. Datzelfde geldt voor ‘Too Hard Won’, waarop de stem van zanger Bouke Zoete iets meer naar voren komt en een aanstekelijk melodietje de zomer in het hoofd brengt.

Het is duidelijk dat ‘Come On In’, het debuut van The Kevin Costners verschenen op Excelsior, de juiste titel mee heeft gekregen. In een krappe zeven minuten is de ruimte in je hoofd voor andere muziek verkleind naar miniscuul; The Kevin Costners zijn ongevraagd binnengedrongen en blijken nog welkom ook.

Na een rustiger moment in ‘Maybe’, komt de eerste single van de band uit de regio Nijmegen langs: ‘Lack Of Sun’. Geen begin dat er in hakt, maar zodra het refrein in de buurt komt, wordt de singlekeuze duidelijk. Vrolijk mee-‘papapa’-ën doen natuurlijk veel mensen graag zodra de zon schijnt.

De hand van de min of meer vaste Excelsior-producer – hoewel steeds meer bands uit de stal ook buiten de studio in Weesp hun heil zoeken; zie bijvoorbeeld GEM, Solo en Do-The-Undo – Frans Hagenaars is op ‘Come On In’ merkbaar. Scherpe randjes zijn er vakkundig afgeschaafd, wat er tegelijk wel voor zorgt dat het ouderwets fijn klinkt in de woonkamer. Toch hadden de scherpere randjes ook best echt pijn mogen doen. Van een goede schaafwond is nog nooit iemand slechter geworden.

Het leuke aan The Kevin Costners is dat het altijd melodieus is, eenvoudig maar niet vaak voor de hand liggend en dat ze zowel de kalme momenten als de rockende lijken te beheersen. En dat dit ook op het debuutalbum zo goed te horen is. Een mooi voorbeeld daarvan is ‘Election Eve’, dat begint met slechts een gitaar en zang, maar in de tweede helft licht gaat freaken; een repeterend melodietje met daaromheen zoveel spanning dat het wachten is op de echte vulkaanuitbarsting. Wellicht evenzo typerend is het feit dat die uitbarsting dan toch niet komt en het langzaam weer rustig wordt. De lava blijft binnenshuis.

Titelsong ‘Come On In’ komt pas in de tweede helft van het album, maar was bij uitstek geschikt geweest als openingsnummer. Al was het dan een inleidend begin geweest in plaats van de directe start die het album nu heeft, wat ook prima werkt. Nu is ‘Come On In’ meer een soort tussenpauze, die overigens weer up-tempo wordt opgevolgd door ‘No Steve Vai’.

Om dan op de valreep nog even een kleine vergelijking te maken; ‘Sad Replacement’ had ook geschreven kunnen zijn door die andere – ter ziele – Excelsior-band; Daryll-Ann. Met de stem van Jelle Paulusma of Anne Soldaat was het waarschijnlijk wat slepender geworden. Was ongetwijfeld mooi geweest, maar ook in de eigen versie van The Kevin Costners mag het liedje er zeker zijn. Net als het album, dat na twaalf nummers en ruim een uur tijd, afsluit met ‘The Lights’. Die lichten gaan hier nu uit, maar zodra ze weer aan gaan, is het helemaal niet vervelend als op de achtergrond The Kevin Costners vast aanstaat.

aantal tracks: 12
speelduur: 61:06 minuten

Op de MySpace van The Kevin Costners is een deel van het album te beluisteren.

Posted: May 31st, 2008
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

Good Things End – ‘Out Of Nowhere’

Een familieband, daar zijn er over het algemeen niet heel veel echt succesvol van geworden. Natuurlijk zijn er enkele voorbeelden, The Jackson Five, The Corrs, The Kelly Family en – kortstondig – Hanson. Uit Gelderland kwam twee jaar geleden opeens Good Things End opgedoken. De vroege succesjes bestonden uit een opname in de TMF-Kweekvijfer, een superclip op dezelfde televisiezender en de benoeming tot Serious Talent bij 3FM. Beide staan overigens trots vermeld op de achterkant van de debuuthoes van ‘Out Of Nowhere’.

Het album is niet haastig opgenomen; er is – verstandig – de tijd voor genomen. In de tussentijd heeft de band, die ooit begon als coverband van de drie broers, in eigen land podiumervaring opgedaan. Rocksongs met een poppy randje, geschikt voor het grote publiek, beweert de band te maken op haar debuut. Vandaar wellicht de ballad op nummer vier van het album. De eerste drie liedjes voldoen aan de omschrijving en aan de verwachting; niet vernieuwend, maar wel solide en goed ingespeeld. De ballad, ‘Lonely’, is echter een nietszeggend en op z’n zachts gezegd eentonig werkje. Alsof er is gedacht: “oh we moeten er ook een ballad op zetten, hoe worden die ook alweer gemaakt” en er vervolgens in de bibliotheek een reeds afgeschreven instructieboekje is opengeslagen. Tekstueel een niemandalletje en muzikaal slaapverwekkend.

‘I Know’, het nummer waarmee eerder al TMF en 3FM bereikt werden, is meer in de richting van het geluid, waarin de band beter uit de verf komt. Stoere, maar toch weer niet zo, gitaarpartijtjes en een herkenbaar stemgeluid dat melodieuze en meezingbare melodielijnen volgt. Het verzacht de zure nasmaak van de voorganger enigszins. Die nasmaak komt de daaropvolgende nummers gelukkig ook niet direct terug.

De sinds ‘Lonely’ lichtelijk gevreesde rust komt wel weer om de hoek kijken bij ‘Still Believe’, een pianoballade waarop het echter de stem van zangeres Colette is, die het lied fier overeind houdt. Hier zit wel spanning in, in tegenstelling tot de eerdere poging. Het is daarentegen ook dit moment dat doet beseffen dat er uit de zangeres meer zou kunnen komen, dan wat op ‘Out Of Nowhere’ tentoongesteld wordt. Het is niet de meest spannende hoek waarin de band zich positioneert, mede dankzij de weinig hoogstaande of bijzondere gitaararrangementen. Een stem die zich wellicht prima zou lenen voor meer experimentelere dingen, laat zich – uit familieliefde, of gewoon muzikale voorkeur – wel in een heel nauw vat proppen.

Of in dat kleine vat een groot succes te boeken valt, is niet te zeggen. Commercieel misschien, qua spanning of ontwikkeling zal de band haar naam onvermijdelijk een keer eer aan doen. Los van de teksten, die gebaat zijn bij iets meer abstractheid, zijn de arrangementen niet ontwikkeld, spannend of mooi genoeg om de oren echt te spitsen. Al doet de verborgen versie van ‘I Know’ aan het einde van het album nog wel een noemenswaardige poging.

aantal tracks: 11
speelduur: 46:24 minuten

Op de MySpace van Good Things End zijn vier liedjes van ‘Out Of Nowhere’ te beluisteren.

Posted: May 21st, 2008
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: 1 Comment.

Parkside - ‘Cables’

Wat een rare geluiden aan het begin van ‘Cables’, het derde album van Parkside. De band heeft vast en zeker zitten denken: “hoe grijpen we de aandacht vanaf het begin?”. Doe je dat door er meteen tegenaan te knallen, rustig te beginnen of iets anders, wat de luisteraar niet snel verwacht? Parkside kiest duidelijk voor het laatste en met succes. Als dan vervolgens de eerste regel tekst luidt: “People telling us to get a job, they don’t know shit”, dan is de eerste stap gezet.

De eerste stap naar een interessante veertig minuten muziek luisteren. Het is de eerste zin van ‘The Disintegration Service’, wat na iets meer dan anderhalve minuut enigszins uitbarst. Het blijkt een indrukwekkend intro voor het album, al is de viool misschien iets teveel van het dramatische. De verwachting na het openingsnummer is een interessante, tikje vreemde, band aan te treffen, iets wat in de volgende liedjes, ‘Xest’, ‘I.M.U.’ en ‘Recount’ meer dan uitkomt.

Een band die weet hoe de spanning bij de luisteraar opgebouwd moet worden. Over het album als geheel, maar ook binnen een nummer. De rustige momenten gaan vaak gepaard met al dan niet duistere geluiden op de achtergrond, het lijkt een ingehouden woede, die elk moment met vernietigende kracht over je uitgestort kan worden. Je blijft op je hoede als luisteraar. Denkt aan je verdediging. Let op elke stap, ieder geluidje, elke noot. De aandacht is dus honderd procent bij de muziek. Missie geslaagd.

De nummers in het midden van ‘Cables’ lijken iets luchtiger dan het begin. De spanning is nog wel aanwezig, maar beduidend minder dan eerder. Op deze momenten valt juist het fijne stemgeluid van zanger René de Wilde op. Of de subtiele baslijnen, van bassist Dirk Schreuders, die door andere activiteiten na het opnemen van dit album is gestopt bij Parkside, dat besloot als trio door te gaan.

Dat de band weet wanneer het los moet gaan en wanneer juist niet, blijkt eens te meer tijdens ‘Angel In The Afternoon’, waar een uitbraak op de loer ligt, maar het mooi klein is gehouden. ‘Stay Connected’ is al weer meer up-tempo, maar het echte gevaar dat in het begin van ‘Cables’ zo aanwezig is, komt weer terug tijdens ‘Cockroach On Dope’. Het daaropvolgende ‘Void’ ligt juist weer meer in het rijtje van de liedjes in de middenrif van het album.

Radiohead ligt overigens een groot deel van het album als waarschijnlijke invloed op het puntje van de tong. Ook tijdens de freakende afsluiter ‘Changing Colors’, die na enige tijd zelfs als bescheiden hoogtepunt van ‘Cables’ kan worden bestempeld. Puur omdat het zowel de rustige ingetogen kant als de dreigende, soms uitbarstende kant van Parkside bevat. Maar het is geen imitatie of een geleend geluid, zeker niet. Parkside klinkt als een band die weet wat het kan, wat het wil en hoe die twee dingen het beste gecombineerd kunnen worden.

aantal tracks: 11
speelduur: 43:23 minuten

Zes liedjes van ‘Cables’ kunnen worden beluisterd op de MySpace van Parkside.

Posted: May 6th, 2008
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

GEM voelt zich beter en zelfverzekerder dan voorheen

Een jaar geleden was er bijna dezelfde situatie, afgezien van de locatie. Toen bij Westerik thuis, nu in café Broers. De gesprekken gaan ook bijna over dezelfde dingen, met het verschil dat toen de halve band net was opgestapt en nu het nieuwe album ‘New’ net uit is gekomen. Een jaar geleden sprak Maurits Westerik, zanger/gitarist van GEM, vol vertrouwen met 3VOOR12/Utrecht over dat wat komen zou, nu is hij trots op het eindresultaat.

De liedjes worden persoonlijker, beloofde Westerik vorig jaar, dat is uitgekomen: “De onderwerpen waar ik over schrijf, benader ik veel meer vanuit mijzelf. Hoe mijn visie was op andere mensen, mijn omgeving en met betrekking op het nieuws, allemaal dingen die mij bezig houden. In die zin komen de teksten meer uit mijn eigen leven.”

Een liedjesschrijver met een boodschap is Westerik desondanks nooit geweest. De teksten op de eerste twee albums, ‘Tell Me What’s New’ en ‘Escapades’ zijn veel meer beschrijvend. Over situaties op zich en over tijd en vergankelijkheid, het wegstromen van gevoelens. Nu schrijft hij meer over hoe hij zich zelf daarbij voelt. Ook op New is hij echter in dat opzicht geen tweede Bob Dylan geworden. “Meer vanuit de ik-persoon naar de buitenwereld. Op weg naar het album merkte ik ook dat het goed voelde om op deze manier te schrijven.”

‘Take a look at me now’, een zin uit de albumopener en eerste single ‘Look’, is goed voorbeeld van Westeriks nieuwe manier van schrijven. “Die tekst ontstond op een gegeven moment. Ik was trots op waar we met GEM waren. In die zin mag je ook wel gewoon een keer wat zelfverzekerder zijn; genieten van wat je doet.” Daarmee zegt Westerik dus eigenlijk dat hij voorheen minder zeker van zijn zaak was, twijfelde aan wat hij deed. “Ik was toen ook veel jonger dan ik nu ben, dan komt het harder op je af. Je moet nog veel ontdekken en dat moet ik nog steeds, maar ik weet wel meer wat ik wil en waar ik sta.”

Naast zelfverzekerder, of misschien dankzij, is Westerik ook merkbaar een rustiger persoon geworden. Daar is de zanger zelf ook blij mee: “Ik kan dingen beter een plek geven en weet beter wat wel of niet goed voor me is.” Niet dat hij voorheen nu zoveel wilde dingen deed, zelf spreekt hij vooral van naïviteit: “Op zoek naar liefde en zekerheid.” Door de nummers op New sijpelt het enthousiasme, niet alleen muzikaal, maar ook tekstueel gezien. ‘She Said Oh Oh Oh, I Said Yeah Yeah Yeah’ is volgens de zanger dan ook niet zozeer een liedje over seks als wel het goede gevoel dat erachter schuilt. “Het is meer het enthousiasme en de energie die uit die zin springt. Het gevoel van ‘we gaan ervoor’, dat is ook wat je bij ‘Gimme’ hoort en bij ‘Look’ en het ‘Way to go’ in ‘Blisters’”, vertelt Westerik half zingend. “Dat het nu meer met seks gerelateerd wordt, vind ik zeker geen nadeel.”

In het nummer ‘Blisters’, komt na de tekst ‘Way to go’ het vervolg ‘the pressure is on’. De druk zal voor dit album dan ongetwijfeld ook flink op de ketel hebben gestaan, na alle veranderingen binnen de band moest dit toch echt hét album worden, lijkt het. “We waren natuurlijk omringd door vraagtekens na het vertrek van Bas en Ilco”, legt Westerik uit. Hoewel ze naar de buitenwereld al snel weer het gevoel uitstraalden dat ze zeker van hun zaak waren en er tegenaan gingen, blijken er toch ook binnen de band momenten van twijfel te zijn geweest: “Het was ook best wel spannend en afwachten wat het zou gaan worden, maar die druk voelde ik helemaal niet van buitenaf. Meer vanuit onszelf. Daar gaat het liedje over; dat je soms keihard moet werken, dat dingen tegenvallen, drempels hoger liggen dan je dacht, maar dat je ondanks de druk er alleen maar beter van kunt worden. Je wordt er scherper door. Als dat allemaal niet was gebeurd, hadden we niet zo’n plaat gemaakt.”

“De druk leggen we onszelf op. We waren zó gefocust, hadden nog zoveel ideeën en zoveel wegen te bewandelen, om beter te worden.” Het lijkt er dus op dat zijn hoopvolle gedachten van een jaar geleden uit zijn gekomen in het afgelopen jaar. Dat de band deze keer niet snel de studio in is gedoken, maar uitgebreid de tijd heeft genomen voor het schrijven van liedjes en het oefenen daarvan, noemt Westerik het beste dat hij ooit heeft gedaan: “Het voelt nu bij ons vier heel goed dat we een jaar rustig aan hebben gedaan qua optredens en achter de schermen het wiel opnieuw hebben geprobeerd uit te vinden. We hebben elkaar als liedjesschrijvers uitgedaagd, dat was een hele goede zet.” Het voelt, nu het allemaal weer gaat beginnen, dan ook echt weer nieuw voor het viertal. “We hebben nu meer energie dan ooit.”

Posted: April 30th, 2008
Categories: 3VOOR12/Utrecht, Article, MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

The Exploding Shetland Ponies - ‘The Exploding Shetland Ponies’

De Bredase rockgroep The Exploding Shetland Ponies houdt niet van simpele rock ‘n roll. Tenminste, die conclusie dringt zich op bij het luisteren naar de nieuwe ep van de band. De drie liedjes duren lang en zijn op een niet voor de hand liggende wijze opgebouwd. De afkomst - kunstacademie - zal ongetwijfeld een stempel hebben gedrukt op de muzikale intenties van de muzikanten. Met vergelijkingen als Muse en Radiohead kan het twee kanten op gaan; of de lat ligt te hoog en de band raakt verstrengeld in goedbedoelde maar te ingewikkelde pogingen, of het eindresultaat is een boeiend geheel.

In het geval van de Ponies neigt het naar dat laatste. Het duurt een luisterbeurt of twee, drie, voordat het juiste gevoel binnen is gedrongen, maar vanaf dat moment is het ook goed vertoeven. Ondanks de lange liedjes - het kortste nummer duurt bijna 4½e minuut - klinkt het nergens langdradig. Het is dan ook goed te horen dat deze ep niet het eerste werk is dat de band uit Breda uitbrengt en al enkele jaren aan hun geluid werkt.

Dat geluid is strak, maar niet altijd even spannend. Zoals gezegd moet de goede stemming er wel voor aanwezig zijn. Maar zodra die er eenmaal is, zijn The Exploding Shetland Ponies op dat moment absoluut geen onaardige soundtrack.

aantal tracks: 3
speelduur: 14:06 minuten

Op de website van The Exploding Shetland Ponies zijn alledrie de liedjes van deze ep - en meer - te beluisteren.

Posted: April 25th, 2008
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

C-Mon & Kypski in de VS: “Het voelt als onze eerste tour”

C-Mon & Kypski zijn in de Verenigde Staten op avontuur. Na weken van optreden en als een gek van stad naar stad reizen, is er nu de rust en het ontwaken met uitzicht op het Californische strand. 3VOOR12/Utrecht belt met toetsenist Jori Collignon en vraagt naar de shows, de gigantische tourbus en inspiratie voor nieuw werk.

19.30 uur hier, 10.30 uur daar. Uitzicht op de Amsterdamsestraatweg hier, uitzicht op het strand vlak voorbij Santa Barbara daar. Het mag duidelijk zijn; de heren van C-Mon & Kypski zijn op avontuur in de Verenigde Staten en weten weer de mooiste plekjes te vinden om hun gigantische tourbus – met aparte woonkamer erin – te parkeren voor de overnachtingen. Toetsenist Jori Collignon is eigenlijk net van plan met een boekje op het strand te gaan zitten, maar vertelt nog graag even aan 3VOOR12/Utrecht hoe het daar gaat. De korte versie? Het gaat geweldig.

Een paar dagen geleden, 22 april, was het laatste optreden van de VS-tour, in de Roxy in Los Angeles. De paar dagen in LA leverden meteen een typisch Hollywood-gevoel op; bijvoorbeeld toen de Nieuwe Revu-fotograaf – die even meeliep met de band – Paris Hilton tegen het lijf liep. Belangrijker dan rijke erfgenamen, zijn natuurlijk de optredens die de Utrechters in de VS gaven. Hoewel wisselend bezocht, wil Collignon niet klagen: “De voorprogramma’s die we bij andere bands hebben gespeeld, zoals voor Lotus, waren steeds in zalen voor 500 tot 800 man, die ook goed gevuld waren. Het publiek was ook enthousiast en we kregen ze – uiteindelijk – steeds aan het dansen.”

De afgelopen weken in Amerika voelen voor C-Mon & Kypski als een geheel nieuw hoofdstuk, vertelt Collignon: “Alsof we voor het eerst aan het touren zijn. De afstanden zijn hier ook bizar. Aan de oostkust speelden we tien shows in elf dagen, met steeds meer dan 600 kilometer afstand naar de volgende stad. Soms reden we gelijk na de show tot 3 uur ’s nachts door en dan moesten we de volgende dag ook nog flink doorrijden om precies op tijd aan te komen voor de show.” Het blijkt niet ongebruikelijk onder de Amerikaanse bands daar, die overigens wel jaloers zijn op de bus van de Utrechters: “Het is bijna een stadsbus, zo groot.”

In Marokko werd de bus nog ondergeplakt met ‘Where The Wild Things Are’, de titel van de destijds nieuwe plaat. De enige stickers die nu op de bus te bewonderen zijn, zijn die van sponsor Numarck. De titel van een nieuw album is dan ook nog niet bedacht. Net zoals er volgens de toetsenist ook nog weinig te zeggen valt over de kant waarop die zal gaan. “Het is de bedoeling dat we nu de laatste weken wat dingen gaan opnemen. We hebben alle spullen gewoon in de bus natuurlijk, maar het lijkt alsof je nergens tijd voor hebt; dan moet er weer getankt worden, of de ruitenwissers begeven het. We zijn wat ideetjes aan het uitwerken, schetsjes aan het maken. Het was bedoeld als een reis om inspiratie op te doen, daar zijn veel optredens bij gekomen, maar ik kijk nu uit op het strand. Dus inspiratie genoeg.”

C-Mon & Kypski zijn genomineerd voor een 3FM Award. In de categorie Best Alternative nemen ze het onder meer op tegen Moke en hun vrienden van Voicst en Pete Philly & Perquisite. Stemmen kan vanaf vandaag helaas niet meer. Wel kun je dit weekend de awardshow live volgen op de website van 3FM.

GEM: nu ook geschikt voor in de woonkamer

Single ‘Look’ – en bijbehorende zoektocht naar een meisje, castingsweekend en videoclip – ging het derde album van GEM al vooraf; nu ligt de cd ook daadwerkelijk in de winkels. Het resultaat van een jaar werk is het saamhorige ‘NEW’, waarop de Utrechters enkele reuzenstappen vooruit maken vergeleken met voorganger ‘Escapades’.

Het verhaal van GEM is bekend; drummer Ilco Slikker en leadgitarist Bas de Graaff stappen uit de band, drummer Wouter Rentema komt en frontman Maurits Westerik pakt zelf de gitaar weer op. Het voelt eigenlijk direct al goed voor het kwartet zelf; een nieuw elan komt, samen met een bijzonder gevoel van zelfvertrouwen. Na een jaar waarin de focus vrijwel geheel op het oefenhok in dB’s ligt, wordt ‘NEW’ opgenomen in de studio in Riga.

Single ‘Look’ is het openingsnummer van ‘NEW’. Het is niet het beste liedje op het album, maar wel een uitstekende single. Dat blijkt wel als een collega die het nummer slechts één keer heeft gehoord, drie dagen later opeens het refrein zit te fluiten. Al bij de eerste gitaaraanslagen is het duidelijk om welk liedje het gaat en door het ‘trompetachtige’ gitaarspel en het meezingrefrein bij uitstek, blijft het lang hangen.

Het bombastische ‘She Said Oh Oh Oh, I Said Yeah Yeah Yeah’ heeft de enige titel met meer dan één woord en is de eerste tempowisseling op ‘NEW’. De voorafgaande liedjes ‘Blisters’ en ‘Shoes’ zijn – ondanks de variatie die er deze keer wel ook in de nummers zelf zit – voornamelijk uptempo rockliedjes. ‘She Said..’ doet het vooral live ook erg goed.

Zanger Westerik is een Dylan-fanaat, hoewel dat in de eerdere muziek van GEM nog niet heel merkbaar is. In ‘Down’ is die invloed voor het eerst goed hoorbaar. Niet dat het net zo goed op een album van ome Bob zelf had kunnen staan, maar tekstueel gezien en wat betreft de zanglijnen doet het erg aan Westeriks grote voorbeeld denken. En ‘Down’ is notabene door gitarist Vincent Lemmen geschreven. In de akoestische versie van een jaar geleden, hield de zanger zich overigens nog redelijk binnen de lijntjes, op de albumversie gaan de uithalen gelukkig wel geregeld omhoog. Samen met de trompetgeluiden – een idee van producer Greg Haver – zorgt het voor een euforisch gevoel.

‘Jupiter’ kwam vorig jaar al als een voorproefje naar buiten onder de naam ‘You Better’. Klonken de vroege versies als Arctic Monkeys, nu is dat geluid zeker nog aanwezig, maar iets meer naar de achtergrond gedreven. ‘Gimme’ is vervolgens een grote verrassing, want live was dit tot nog toe één van de minst geslaagde liedjes. Een kleine metamorfose in de studio later is een zomerhit geboren, waarbij niet alleen de lentezon feller gaat schijnen, maar het zelfs voor de fanatiekste barhanger een uitdaging wordt niet mee te bewegen.

De teksten op ‘NEW’ zijn voor Westerik persoonlijker dan alles wat hij hiervoor heeft geschreven. Hij heeft geen diepere boodschap voor de wereld, maar zingt over dingen die hij meemaakt vanuit zijn perspectief. In dat kader moet een dame in huize Westerik – net als bij ‘She Said…’ – zich geheid gevleid voelen door ‘Cold’. De uithalen en snellere stukken in dit nummer doen terugdenken aan ‘Escapades’, met dit verschil nergens de melodie uit beeld verdwijnt en er een mondharmonica – door Westerik – om de hoek komt kijken. Waar het GEM van twee jaar geleden waarschijnlijk nog een minuut of twee door zou raggen, komt er nu een break waarin even gas teruggenomen wordt, om vervolgens toch nog even hard te eindigen. Het zijn ook dit soort dingen waaraan de groei en het nut van de lange aanloop naar dit album toe te merken is.

Debuut ‘Tell Me What’s New’ was een album vol ragnummers; ‘Escapades’ was – met hulp van Anne Soldaat - al een stuk melodieuzer. Voor ‘NEW’ is veel meer tijd vrijgemaakt om nummers te oefenen en te laten rijpen. Dat kan ook een negatieve werking hebben; liedjes kunnen té bedacht of gladgestreken worden. Die valkuil omzeilt GEM ruimschoots. De rauwe rand verdwijnt nergens – zelfs niet tijdens de twee ballads – uit zicht.

De band is er met Haver in geslaagd om de instrumenten op ‘NEW’ niet tot een grote brei te laten verworden; alle elementen zijn los van elkaar te onderscheiden. Het een staat in dienst van de ander; de partijen zijn stuk voor stuk verder ontwikkeld dan in het verleden. Gitarist Vincent Lemmen noemde na terugkomst uit Riga dit de ‘Morning Glory’ (tweede album van Britse band Oasis, red.) van GEM. Er staat geen poppy radiohit als ‘Wonderwall’ op en ook geen meeslepend anthem als ‘Champagne Supernova’, maar als Lemmen de verder uitgedachte liedjes en verscheidenheid in het album als geheel bedoelde, heeft hij meer dan gelijk.

Het haast smekend klinkende ‘Comfort’ had op plaat iets bondiger gemogen, om live verder uitgebouwd te kunnen worden, maar is desondanks een prima opmaat naar afsluiter ‘Today’. De tweede ballad op ‘NEW’, die tijdens de optredens in 2007 opmerkelijk populair bleek bij het publiek. Het is het kwartet gelukt ‘Today’ niet pretentieus te laten klinken. Het aantal echte rustpunten op het derde album blijft dus beperkt tot twee, maar de behoefte aan die momenten is ook minder aanwezig dan op voorgangers ‘Tell Me What’s New’ en ‘Escapades’. Dat zit hem voornamelijk in de eerder opgemerkte variatie binnen de liedjes zelf.

Die variatie zorgt er – samen met het gebruik van meerdere en andere instrumenten, en verdere uitdieping van alle muzikale partijen – voor dat GEM met ‘NEW’ niet alleen vooral een goede liveband is, maar ook binnenshuis goed tot zijn recht komt. Misschien is dit het ‘alles of niets album’, misschien ook niet. De band klinkt namelijk echt nieuw en fris. Ze stralen dan ook uit nog veel meer inspiratie te hebben dan de selectie van tien liedjes op dit album. Dat later, nu eerst ‘NEW’ laten bezinken, zowel op het podium als in de woonkamer.

Motel Mozaique 2008

Voor de echte Motel Mozaïque-sfeer hoeft op de eerste dag niet lang gezocht te worden, zo zag onze verslaggever Matthijs van der Ven. Om 15.20 uur vormt zich een zelfgeorganiseerde rij op het Schouwburgplein, bestaand uit mensen die maar wat graag later op de avond headliner dEUS willen zien. Bij de opgestelde tenten voor de Rotterdamse Schouwburg en het naastgelegen Cafe Floor zijn niet alleen reguliere polsbandjes te halen, maar ook speciale bandjes voor Tom Barman en co.

De zon verwarmt het plein, waarop iedereen geduldig wacht; ook achterin de rij, helemaal aan de andere kant, net voor De Doelen. Die gemoedelijkheid; op je gemakje genieten van het moment; verdwijnt tijdens Motel Mozaïque nauwelijks van de voorgrond.

De eerste gemeende glimlach komt in TENT waar Helio Sequence de spits mag afbijten. Een Amerikaans duo – gitaar, zang en drums – zonder ook maar een greintje uitstraling, maar wie zich daardoor laat afschrikken, mist een bijzonder aardige show. Inclusief een drummer – met opmerkelijk genoeg een typisch Brits gezicht – die zodra zijn drumstokken bewegen, transformeert in een bewegelijk, uiterst spastisch, persoon. Ook dat is echter niet genoeg om af te leiden van de “officiële opening van Motel Mozaïque”, zoals presentator Niels Post het optreden noemt. “Ook al is de organisatie het daar misschien niet helemaal mee eens.”

De Kleine Zaal van de Schouwburg loopt 2,5 uur later vol voor A Fine Frenzy uit Washington. Waarschijnlijk de enige band in Rotterdam dit weekend met slechts twee (!) MySpace-vrienden, waaronder de automatisch toegevoegde Tom. Een versnelling terugschakelen vergeleken met hun landgenoten in TENT, maar een prima dessert na een rustige maaltijd. De 22-jarige roodharige zangeres Alison Sudol is naast een bijzondere verschijning – als een vriendelijk lachende sneeuwwitje - tevens een interessante vocaliste, blijkt als na de openingsnummers haar microfoon eindelijk wat verder opengedraaid wordt. Luisterend naar de melodieuze, maar heftige pianopop, blijkt dat ze met haar stem meerdere kanten op kan. Zacht, ingetogen, hoog, maar ook krachtig.

Datzelfde kan gezegd worden van die andere dame, op enkele tientallen meters afstand, in de Grote Zaal. Alela Diane laat daar haar album horen. Op een mooie manier, met een geweldige stem. Maar waar blijft de pit, wat is de meerwaarde van haar live zien? Vaak speelt een band of artiest live wat harder, sneller, of in ieder geval anders dan op schijf. Diane niet. Had dan een cd in de huiskamer net zoveel waarde gehad? Misschien, maar wie ‘gewoon’ een mooi optreden met goede akoestiek in de juiste setting – zitten, staan, liggen, alsof op een camping – wil zien, is bij haar aan het goede adres. Achtergrondzangeres en goede vriendin Mariee Sioux staat later op de avond op eigen kracht nog in Lantaren/Venster.

Daar komt het echter niet van, want van de Schouwburg gaat de avond naar Off_Corso, waar de Belgische headliner dEUS enige tijd later zal proberen alle aandacht en wachtrijen te rechtvaardigen. Bij aankomst lijkt Barman – leunend tegen de tourbus – nog ontspannen uit te zien naar het optreden. Eenmaal op het podium is die ontspannenheid achterwege gelaten. Zal het dak er afgaan? Het antwoord is – al dan niet helaas – nee. Het nieuwe materiaal, van het nog te verschijnen album ‘Vantage Point’ is goed ingestudeerd; technisch is het concert vrijwel perfect. Het dak blijft er echter op. Het lijkt wel alsof Barman en co nog niet helemaal zeker zijn van de beheersing van hun nieuwe liedjes. Ten onrechte, om te luisteren is dEUS in Off_Corso zeer fijn, maar de beleving ontbreekt. Zodra de band inziet dat het technische deel wel goed zit en meer ruimte overlaat voor gevoel en beleving, zal hun show zonder twijfel moeilijk te vergeten worden.

In Rotown laat Holy Fuck vervolgens in ieder geval een – deels uitwasbare - indruk achter. Dat het naast een muzikale vooral één van zweetvlekken is, is wellicht wel zo passend. In de belachelijk volle zaal aan de Nieuwe Binnenweg – waar 300 bezoekers norm is, waren tijdens de band uit Canada naar verluidt zo’n 400 aanwezig – verspilt het in zichzelf gekeerde gezelschap weinig tijd aan randzaken; de muziek knalt tot aan de deur en het publiek raakt meer en meer opgezweept.

Tegelijkertijd is in Off_Corso precies datzelfde aan de gang onder deskundige leiding van Trentemøller. Samen met band is hij de ideale afsluiter van het livegedeelte van de eerste Motel Mozaïque-dag van 2008. Zijn set – van hard, naar rustig en uiteindelijk nog harder - symboliseert het verloop van de vrijdagavond in Rotterdam. Een avond die “snel” begon met Helio Sequence, kalm doorstartte met A Fine Frenzy en Alela Diane om vervolgens via dEUS hard te eindigen met Holy Fuck en Trentemøller.

Zaterdag
Waren er op vrijdag nog weinig echte uitschieters qua aangrijpendheid, de zaterdagmiddag start in TENT meteen goed, wanneer Jamie Lidell veertien uur na zijn show in de Schouwburg een uur lang zijn kunsten vertoont. En dat zijn er nogal wat. Soul is wat de klok slaat op het gratis 3VOOR12-podium. Als er iemand weet hoe een show gegeven moet worden, is het vandaag Lidell wel. Zijn welwillendheid was al duidelijk door het feit dat hij een uur lang wil spelen, in tegenstelling tot de 20 minuten die voor de sessies staan; zijn publiek deelt het enthousiasme.

Alles klopt deze zaterdagmiddag; het begin met Lidell, maar ook het verblijven aan de Witte de Withstraat. Normaal gesproken al één van de leukste straten van de Maasstad, met de zonnestralen schijnend op het toch al uitgelaten publiek op straat, is het goed vertoeven. Ogenschijnlijk randzaken, maar het maakt het broodje in een portiek net wat lekkerder en het festivalgevoel een stuk meer aanwezig.

Dit alles draagt bij aan de juiste stemming voor muziek luisteren. Iets waar de Stockholmse britpoppers van de Shout Out Louds ruimschoots raad mee weten. Wie nog niet vrolijk was geworden door het hierboven beschrevene, wordt het wel na het horen van de Zweden. Later deze maand zal het riedeltje van ‘Impossible’ zich op het Californische Coachella Festival in de geheugens van bezoekers grieven, op Motel Mozaïque is het de goede showcase op de goede plek en het goede moment. Dat dit later op de avond minder het geval is, doet er ’s middags gelukkig nog niet toe.

Enige tijd later is de beurt aan een opvallende verschijning uit Belfast: Foy Vance. Een kale gitaarspelende meneer met een hoed op het hoofd, maar bovenal muziek in het hart, zo lijkt het. Vance heeft dankzij zijn stem weinig tijd nodig om de aandacht te trekken; of je rent gillend weg; of je staat ademloos te luisteren. Hij verdient het laatste. Ondanks of dankzij het loopen van eigen gitaar en zang tijdens het laatste liedje. Dat begint inmiddels een iets te wijdverspreid trucje te worden onder singer/songwriters. Ach, zolang het mooie muziek oplevert, is het hem vergeven.

Het avondprogramma van zaterdag begint met Efterklang in Lantaren/Venster. Na een niet al te lange en weinig meer dan vertraging toevoegende toespraak van de NAi-directeur, kan het grote gezelschap van start gaan. Voor een leek voelt het aan als een krankzinnigenbijeenkomst in een bos vol pauwveren. In sommige gevallen is krankzinnigheid goed, in dit specifieke geval is het enigszins indrukwekkend, hoewel de aandacht al vrij snel verslapt en de vaagheid doet verlangen naar iets tastbaars.

Tastbaarder dan de Shout Out Louds wordt het niet, dus op naar Off_Corso om te kijken of de Zweden in een grote zaal net zo leuk zijn als in het veel kleinere TENT. Niet dus. De zaal is te groot en de band weet niet hoe ze de overstap moet maken, zodat alleen de voorste rijen in de club aan de Kruiskade mee kunnen gaan in de muziek. Dan nog maar snel even naar Rotown fietsen om nog een glimp van Noah And The Whale op te vangen. Ware het niet dat ze al binnen het half uur klaar blijken. Of het een gemis is, blijft de vraag, ook al omdat hun Engelstalige begeleider buiten de show als “okay” en het publiek als “polite” omschrijft.

Allen gehuld in witte gewaden – op zangeres Alison Goldfrapp, die in het roze verschijnt, na – hoeven de bandleden van Goldfrapp weinig moeite te doen om in de Grote Zaal van de Schouwburg de handen op elkaar te krijgen. Het haast hemelse gezang is net iets te laat; het had niet misstaan tijdens het ontbijt op paaszondag. In de Schouwburg is hetzelfde het geval als bij veel van de andere optredens; interessant en mooi om naar te luisteren, maar het grijpt niet bij de lurven.

De behoefte aan wat harders wordt met de minuut groter, dus eigenlijk zouden The Black Lips als geroepen moeten komen, in Rotown. De eerste twee, drie liedjes zijn dat ook. Tot het besef doordruppelt dat het trucje op zich aardig is, en de liedjes afzonderlijk aanstekelijk; maar er weinig interessants achter zit. De band klinkt in Rotown vooral als een feestband; raggen zonder remmingen. Dat is even lekker, maar al snel steekt de vraag naar meer de kop op.

Dat “meer” is te vinden in Off_Corso, bij Foals dat tegelijkertijd speelt. Meer dan de Shout Out Louds, weet het vijftal uit Oxford de hele zaal te bespelen met hun berekende muziek. Voornamelijk de stem van zanger Yannis Philippakis – die zijn eigen muziek ooit als “achterlijke, autistische, sell-out pop” bestempelde – is de moeite zeer waard. Nadeel is, zoals een andere aanwezige muziekjournalist in Off_Corso terecht opmerkt, dat de liedjes te eenvormig zijn. Het is die laatste stap tussen mooi of interessant en bijzonder die ontbreekt. Zoals gezegd is dit op meer shows van deze Motel Mozaïque-editie het geval.

Aan het einde van de middag deed opeens het bericht de rondte van de ziekenhuisopname van “Gutter Twin” Greg Dulli. Op vrijdagavond raakte de voormalige frontman van The Afghan Whigs onwel tijdens een Belgische show en werd direct naar een ziekenhuis gereden. Een golf van teleurstelling spoelt door de Rotterdamse binnenstad. In Cafe Floor is de droevenis bijzonder groot bij enkele bezoekers die speciaal voor The Gutter Twins uit het noorden van het land zijn komen rijden en door een ongeluk - van een auto die op dat moment voor hen reed – al enkele uren vertraging achter de rug hadden. Lucky Fonz III staat op de reservelijst en wordt opgeroepen als vervanger. Misschien qua muzikale vergelijking met de Gutter Twins niet de meest logische, maar als iemand een teleurgesteld publiek weer blij kan maken…

De Grote Zaal lijkt ’s avonds het toneel te worden van een treurig schouwspel. Relatief weinig mensen hebben de moeite genomen alsnog naar de Schouwburg te komen. Hoewel het er nog aardig wat zijn, lijkt het in de megazaal een klein groepje. Het deert Lucky Fonz III (Otto Wichers) weinig, ook als na twee nummers mensen besluiten toch maar een verdieping lager naar Eric Vloeimans te gaan luisteren. Daaronder ook een enkeling die bij Fonz’s entree – “Hallo allemaal, ik ben The Gutter Twins” – nog steeds de wijziging niet doorheeft. Zal het hem lukken publiek bij zich te houden?

Zoals te verwachten viel, weet Wichers, op komische wijze, wel raad met de situatie. Zonder te vergeten dat hij tussen alle grappen door een zeer behoorlijke set speelt, is een voor Fonz’ doen bijzonder harde grap, het vermelden meer dan waard. Tegen het einde van de show zingt hij: “Hang down your head, Greg Dulli. … You’re bound to die”, om zich vervolgens haast beschaamd weer snel te verontschuldigen. Zijn laatste liedje ‘Draw Me A River’ draagt hij dan ook op aan Dulli: “Sorry nog voor daarnet.”

Al met al is Motel Mozaïque een bijzonder festival gebleken. Eén met veel mooie namen, nog meer mooie muziek, maar weinig echte hoogtepunten. Jamie Lidell in TENT op zaterdagmiddag is er één. Net als wellicht Trentemøller op vrijdagavond. Het weekend in Rotterdam kenmerkt zich vooral door fijne momenten; omgeven door ontspannen muziekliefhebbers een broodje eten in de zonnige Witte de Withstraat, showcases bekijken in TENT, maar vooral de grote verscheidenheid aan interessante artiesten maken Motel Mozaïque tot wat het is. Wat is er mooier dan in twee dagen tijd werkelijk alle soorten muziek voor je ogen voorbij te zien komen?

Je vindt in de fotogalerij dankzij Peter de Jong en Marc Nolte meer beeld van: The Black Lips, Charles Frail, Foals, Foy Vance, Goldfrapp, Lucky Fonz III, Pipslab, Shout Out Louds, Simone White, Thingumajigsaw, Trentemøller en We vs. Death, plus een setje sfeerfoto’s. Klik hier om naar de MusicFromNL fotogalerij te gaan voor 57 maal Motel Mozaïque 2008

Klik hier voor meer foto’s van Marc Nolte

Posted: April 15th, 2008
Categories: Article, MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

Young & Desperate - ‘At Last… The First’

‘At Last… the First’, heet het debuutalbum van Young & Desperate, waaraan de band uit Capelle aan den IJssel twee jaar heeft gewerkt. De jonge Rijnmonders begonnen in 2003, sindsdien zijn er enkele personeelswisselingen geweest; in november 2007 stapte de zangeres, Biënne Pontier, nog uit de band. Met zangeres Simoon van Os is de band naar eigen zeggen klaar om de wereld te veroveren.

Grote woorden van een kleine band, zoals je wel vaker ziet in persberichten rondom “beginnende” bands, die hun eerste album presenteren. In veel gevallen is het met enige zelfspot en humor bedoeld, tenminste, dat hopen we dan maar. Ook in het geval van Young & Desperate zal het bewust overdreven zijn, want hoewel het debuutalbum - met daarop zes liedjes - vol jeugdig enthousiasme zit (de leeftijden zitten tussen 14 en 19 jaar), bevat het te weinig vernieuwende of verrassende elementen om nu al door te breken.

Dat is het grootste probleem van Young & Desperate; ze moeten iets weten te vinden of maken, waardoor mensen uit de vele bands in hun genre - enthousiaste, meeslepende gitaarrock - juist hen uitkiezen om te luisteren of te boeken. Dat pakkende element is in ‘At Last… The First’ nog niet aanwezig. Goede bedoelingen wel. Genoeg zelfs, maar daarmee ben je er nog niet. De Capelse muzikanten zouden er goed aan doen meer kanten van zichzelf te ontdekken, dan de ruimte waartoe ze zichzelf nu nog lijken te beperken.

De teksten zitten aardig in elkaar, maar missen diepgang. Er zitten - net als muzikaal - weinig interessante wendingen in de liedjes. Zonder voorbij te gaan aan het feit dat ‘At Last… The First’ over het algemeen aardig is om te horen, moet gezegd dat het meer op zijn plaats zou zijn als eerste mini-album - ook gezien het aantal nummers - dan als volwaardig debuutalbum. Daar is het simpelweg nog niet ontwikkeld genoeg voor. Het grote voordeel is dat ze nog jong zijn en dus alle tijd hebben boven het maaiveld uit te groeien.

Ondanks de vele mogelijke verbeterpunten, is het geen straf om de cd van begin tot eind af te luisteren. Hoewel, ‘At Last… The First’ had een nummer eerder af mogen lopen. Afsluiter ‘Fighting For Liberty’ slaat de plank behoorlijk mis: een clichématig liedje over de oorlog. Onnodig zwaar gedoe dat niet geloofwaardig overkomt. Ook muzikaal raakt Young & Desperate hier enigszins het spoor bijster. De repetitieve teksten en de onvaste, en daardoor wat zeurderige, uithalen aan het einde, doen de afsluiter uit de toon vallen.

Al met al is de band er dus nog niet. Geen slechte poging, maar om een niveau hoger te komen, zullen de bandleden stuk voor stuk zichzelf nog meer moeten ontwikkelen. Dat is niet erg; de band is nog jong en heeft dus alle tijd, maar wel noodzakelijk.

aantal tracks: 6
speelduur: 24:13 minuten

In de MusicPlayer kun je twee liedjes te beluisteren en op de website van Young & Desperate in totaal vijf nummers van dit album.

Posted: April 12th, 2008
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

12½ Jaar LiveXS in de Waerdse Tempel

livexs.png

Posted: March 5th, 2008
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

The Cuties – ‘Ah-Ah-Aah’

afbeelding-2.jpg

Posted: January 14th, 2008
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

Hospital Bombers - ‘Footnotes’

afbeelding-2.png

Posted: December 29th, 2007
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

2007: Jaarlijstje MusicFromNL

14-lijstje-musicfrom.jpg

Posted: December 24th, 2007
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

The Arthur Spooners - ‘Mary Jane’

arthurspooners.jpg

Posted: December 13th, 2007
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.

The Excitors - ‘The Excitors’

excitors.jpg

Posted: October 1st, 2007
Categories: MusicFrom
Tags:
Comments: No Comments.







MAIL info [at] matthijsvanderven.nl | PHONE +31653645088